maandag 24 november 2014

Lener SQ 4; Draper; A.Brain, Hinchcliff, Hobday: Schubert Octet (Columbia, 1928)


Zoals aan de foto helemaal bovenaan mijn blog te zien is, ben ik dol op die mooie 78t albums, waarin complete klassieke werken werden uitgegeven. Het wordt in Nederland merkwaardig genoeg weinig verzameld, er gaan zelfs verhalen van vuilcontainers waarin die prachtige albums wegens onverkoopbaarheid verdwijnen, of de albums worden kapot gescheurd om de binnenhoezen te gebruiken... Barbaars vind ik dat. 

Ik pak een mooi Columbia-album met daarin 6 dubbelzijdige 78t.platen. Met een vetertje kan het album strak dichtgebonden worden. Gespeeld wordt het octet op.166 van Franz Schubert.

Het Léner String Quartet uit Hongarije werd opgericht in 1918 door Jenö Léner (1894-1948) en bestond in de originele bezetting tot 1942. In 1945 werd in deels gewijzigde samenstelling opnieuw begonnen, tot de dood van Jenö Léner. Een van de beroemdste strijkkwartetten in de periode tussen de 2 wereldoorlogen, in de romantische traditie, met veel portamenti en rubati. 
Het kwartet begon in 1923 met het maken van opnamen. Het is het eerste strijkkwartet dat complete opnamen maakte van alle strijkkwartetten van Beethoven (beginnen in 1927, vanwege Beethoven's 100e sterfjaar). 
De samenstelling van het kwartet: 
Jenö Lener (1894-1948), 1e viool; 
Jószef Smilovits, 2e viool; 
Sándor Roth, altviool; 
Imre Hartmann, cello. 
Eerdere opnamen van het Léner Quartet op mijn blog vind je hier.

In deze opname van het octet op.166 van Schubert uit 1928 wordt het kwartet aangevuld met een viertal goede musici:
Charles Draper (23.10.1869-21.10.1952), klarinet
Aubrey Brain (12.07.1893-21.09.1955), hoorn
E.W. Hinchcliff, fagot
Claude Hobday (12.05.1878-10.01.1954), contrabas
Een mooie opname van het 3e hoornconcert uit 1940 van Mozart met Aubrey Brain vind je hier.


Autograaf van het octet van Schubert

Franz Schubert: Octet in F op.166 D.803 (1824)
1  adagio - allegro    11:32
2  andante un poco mosso    11:04
3  scherzo: allegro vivace    3:36
4  air + variaties - andante    7:34
5  minuetto + trio; allegretto    4:34
6  andante molto - allegro - andante molto - allegro molto    8:32
Léner String Quartet
Charles Draper, klar.; Aubrey Brain, hoorn; 
E.W. Hinchcliff, fagot; Claude Hobday, contrabas
78t 30 cm: Columbia L 2108-2113   WAX 3416-3427
Opname 23-03-1928
Totale tijd:   46:52

Download mp3

donderdag 20 november 2014

Pierre Chagnon: Bizet Arlésienne (1927)


Over de dirigent Pierre Chagnon is niet veel bekend. We komen hem regelmatig tegen op Franse Columbia en Pathé als begeleider van populaire zangers en zangeressen (o.a. Tino Rossi, Adrien Lamy, Albert Caurat en Assia de Busny op Columbia; Gilbert Moryn en Roberte Marna op Pathé). 
Ik heb hier eerder een opname met Scènes Pittoresques van Massenet uit 1928 gepost.
Nu een mooi uitgegeven album met 5 25cm 78t.platen. Een duik in de CHARM database leert ons dat de opname in oktober 1927 gemaakt is. Verder is ervoor gekozen de muziek niet als orkestsuite te spelen, maar zoals het in het toneelstuk van Alphonse Daudet bedoeld was, inclusief de 2 koren.
Eenzelfde matrijs wordt 2x ingezet: no.3 en no.9 zijn exact hetzelfde, zelfs hetzelfde take-nummer (WL634-1)! Overigens zijn alle takes in 1 x opgenomen!

In de tekst in het album staat het volgende:

In 1872 M. Cavalho took over the Vaudeville Theatre in Paris with an idea of reviving mélodrame (i.e. a play with music, but not what we now term a musical play). He therefore engaged Alphonse Daudet to write a play and Georges Bizet to supply the incidental music. The result was "L'Arlésienne", a name which is now famous, not, rather paradoxally, through the genius of the author, but through that of the composer. The work was carefully prepared and well produced but it only ran for a fortnight. Bizet was extremely disappointed, for he thought the failure of the play meant that some of his best music would be wasted. By good fortune, however, M. Pasdeloup, the conductor of the famous Cirque d'Hiver concerts heard the music and was greatly impressed by it, and performed the Prelude, Menuet, Adagietto, and Carillon with very great succes in the form of an orchestral suite, and so laid the foundation of its popularity. The parallel between "L 'Arlésienne" and "Rosamunde" will no doubt be noticed. In both cases the names of the plays are remembered entirely on account of the musicassociated with them, while the plays themselves are dead. The main difference is that while "Rosamunde" was, by general consent, a bad play, L'Arlésienne" was a good one, ruined by unfortunate circumstances. 
   The novelty of the present set of records lies in the fact that the music is given, not as usual in England, as an orchestral suite, but as given in the theatre with the two choruses sung in their original form.



Georges Bizet: L'Arlésienne (1872)
1  acte 1: Prélude - ouverture    5:59
2  scene 1 acte 2: Entr'acte - Pastorale - L'Étang de Vaccares    2:24
3  scene 1 acte 2: Choeurs suivant la Pastorale     1:58
4  scene 2 acte 2: Entr'acte - La cuisine de Castelet    2:58
5  tussen acte 2 en acte 3: Intermezzo: Minuetto    2:48
6  scene 1 acte 3: Entr'acte - Le carillon    3:00
7  scene 1 acte 3: Adagietto    2:42
8  scene 1 acte 3: Farandole    2:50
9  scene 2 acte 3: Marche des Rois    1:59
Orchestre Symphonique de Paris o.l.v. Pierre Chagnon
78t 25 cm: Columbia 4988-4992
(W)L 622-1; 623-1; 624-1; 634-1; 625-1; 626-1; 631-1; 633-1; 632-1; 634-1
Opname 14+15 10 1927
Totale tijd:   26:38

Download mp3

maandag 3 november 2014

Willy Burmester, viool (Gramophone / Grammophon, 1909)


Willy Burmester (Hamburg, 16.03.1869 - Hamburg, 16.01.1933): Duits violist en componist. Wonderkind, studeerde bij zijn vader en van 1882-1885 bij Joseph Joachim (1831-1907) in Berlijn. In 1885 ontwikkelde hij een eigen stijl om meer virtuoze muziek te kunnen spelen. 
Hij speelde voor bij Tchaikovsky en correspondeerde met hem (van 1888-1893), waarin hij Tchaikovsky meestal vroeg een optreden of aanstelling te regelen, wat Tchaikovsky vaak ook deed, ook al vond hij Burmester steeds opdringeriger worden.
Na een Paganini-recital (Berlijn, 1894) kwam zijn internationale doorbraak.
In zijn latere jaren gaf hij les in Berlijn.


Jean Sibelius droeg zijn vioolconcert aan Burmester op, maar liet om financiële redenen de première in 1903 in Helsinki plaatsvinden met Victor Novacek als violist. Het werd een ramp, Sibelius herzag zijn concert en vroeg opnieuw of Burmester de première wilde doen in 1905. Omdat Burmester opnieuw niet beschikbaar was werd Karel Halíř uiteindelijk de solist. Willy Burmester was zo beledigd, dat hij het concert nooit gespeeld heeft en Sibelius droeg het concert daarna op aan het Hongaarse wonderkind Ferenc von Vecsey (1893-1935). 
Willy Burmester schreef een autobiografie: Fünfzig Jahre Künstlerleben (1926).


Willy Burmester, viool (+ pianobegeleiding):

1  Jean-Philippe Rameau, arr. Willy Burmester: Gavotte    2:39

2  Jan Ladislav Dussek, arr. Willy Burmester: Menuet    2:59
78t 25 cm: Grammophon 47978/9  1733/5 ab
Opname 17-09-1909

Georg Friedrich Händel, arr. Willy Burmester: 

3  Arioso    2:34
4  Menuet    2:12
78t 25 cm: Gramophone Concert GC-47984/5  1734/6 ab
Opname 17-09-1909

Download mp3