woensdag 30 april 2014

Eduard Mörike: De Moldau (Odeon, 1928)


Een overbekend werk dit keer: De Moldau van Bedrich Smetana, onderdeel van Má Vlast (mijn vaderland), een cyclus van 6 symfonische gedichten, geschreven in de periode 1874-1878. Het 2e gedicht, Vitava (De Moldau), is geschreven tussen 20 november en 8 december 1874. Smetana schreef het stuk eerst voor piano solo en bewerkte het later voor orkest. Het is programmamuziek, waarover hij zelf schreef:


"De compositie beschrijft de loop van de Vltava, beginnend bij de twee kleine bronnen, waarna de samenkomst volgt. De Vltava komt door bossen en weides, door het landschap waar boeren een bruiloft vieren, de dans van de waternimfen in het maanlicht: op nabij gelegen rotsen prijken kastelen, paleizen en ruïnes. De Vltava stroomt St. Jans stroomversnellingen in, waarna hij verbreedt en naar Praag stroomt langs kasteel Vyšehrad. Dan verdwijnt hij magisch in de verte, eindigend in de Elbe."

Eduard Mörike (Stuttgart, 26.08.1877 - Berlijn Charlottenburg 14.03.1929): Duitse pianist, componist en dirigent. Achterneef van de beroemde dichter Eduard Mörike. Opgeleid aan het conservatorium van Leipzig (leerling van Ruthardt, Piutti en Sitt). Won een compositieprijs voor een pianoconcert. Had daarna pianoles bij Alexander Siloti, een Russische pianist die les heeft gehad van Nicolai Rubinstein en Tchaikovsky. 
Dirigeerde in Kiel, Bayreuth (1906), Stettin, Halle. Op uitnodiging van Richard Strauss dirigeerde hij in Parijs diens opera Salome in 1907. 
1912-1924: dirigent bij de Deutsche Oper Berlin. Gaf ook les aan de Lessing Hochschule en trad als concertpianist op. 
1922-1923: tournee door Noord-Amerika als dirigent van de Wagner Opera Company
1924-1929: chefdirigent Dresdner Philharmonie.
1925-1929: hoofd Vocale Academie in Dresden
Vanaf 1919 nam hij platen op voor Parlophon en Odeon.
Lees meer op Wikipedia.

Bedrich Smetana: De Moldau    13:49
Mitgl. Staatskapelle Berlin o.l.v. Eduard Mörike
78t 30 cm: Odeon O-6843/4    2-20897~900
Opname 07-09-1928

Download mp3

vrijdag 25 april 2014

Jacques Thibaud, Malcolm Sargent: Eck vioolconc. (HMV, 1927)


Een vierde post met opnamen van de Franse violist Jacques Thibaud (27.09.1880 - 01.09.1953) met, naar men ten tijde van de opname dacht, het vioolconcert no.6 in Es van Mozart, met als catalogusnummer KV 268 en gedateerd als 1776. In de loop van de geschiedenis veranderden de inzichten: Alfred Einstein dateerde het werk als gecomponeerd in 1780 en het KV-nummer werd KV365b. Tegenwoordig denkt men dat het werk gecomponeerd werd door Johann Friedrich Eck (1767-1838) met als vage datering "eerder dan 1790". 
In de laatste (6e) Köchel-catalogus (1980) is dit werk uit de KV-catalogus verwijderd en als twijfelachtig gecategoriseerd als K. Anh. C 14.04.

Malcolm Sargent (29.04.1895 - 03.10.1967); "Sir" sinds 1947.  Engels dirigent, organist en componist. Grote naam als koordirigent ook. Enkele highlights:
1939 - 1942: eerste dirigent Hallé Orchestra
1942 - 1948: eerste dirigent Liverpool Philharmonic Orchestra
1948 - 1967: eerste dirigent van de "Proms"
1950 - 1957: eerste dirigent BBC Symphony Orchestra
Lees een zeer uitgebreide biografie op Wikipedia.
Op mijn blog staan hier andere opnamen met Sargent: in Mozart (met Dennis Brain) en Britten. Op mijn blog 78 toeren opera en zang vinden we koor-opnamen, live opgenomen in 1926 en een opname van Gustav Holst uit 1944: The hymn of Jesus.
Een incomplete discografie van platen van Malcolm Sargent is hier te vinden. Deze opname staat er o.a. niet bij.

De 3 platen zijn in matige staat, erg hobbelig en een fikse ruis (HMV...) dus het was wel weer een uitdaging om er iets van te maken. Bijzonder om een concert te horen dat tegenwoordig weinig wordt gespeeld.



Johann Friedrich Eck: Vioolconcert in Es
01  1  allegro moderato    11:50
02  2  un poco adagio; 3  rondo: allegretto    12:42
Jacques Thibaud, viool; orkest o.l.v. Malcolm Sargent
78t 30 cm: HMV DB 1018-1020  (5-07907~12)  
Cc 9954-2; 9955-2; 9956-1; 9957-2; 9958-2; 9959-2
Opname Londen, 23-02-1927
Totale tijd:   24:32

Download mp3

donderdag 17 april 2014

Jacques Thibaud, Alfred Cortot: Franck (HMV, 1923)


Een derde post met opnamen van de Franse violist Jacques Thibaud (27.09.1880 - 01.09.1953), hier samen met de Frans-Zwitserse  pianist, dirigent en docent Alfred Cortot (Nyon, 26.09.1877 - Lausanne, 15.06.1962).

Alfred Cortot maakte van 1905-1948 deel uit van het beroemde trio,  met Jacques Thibaud, viool en Pablo Casals, cello.
1907-1923: gaf les aan het conservatorium van Parijs. Enkele leerlingen: Yvonne Lefébure, Vlado Perlemuter. 
1919-1962: directeur van de door hem en door Auguste Mangeot opgerichte École Normale de Musique (Parijs). Zijn muziek-masterclasses in interpretatie werden legendarisch: pianisten als Halina Czerny-Stefanska, Samson François, Clara Haskil, Dinu Lipatti, Vlado Perlemuter en Magda Tagliaferro hebben les van hem gehad.
Zijn rol tijdens de tweede wereldoorlog was controversieel: hij steunde het Vichy-regime en heeft ook in Duitsland voor Nazi's concerten gegeven. Na de oorlog mocht hij een jaar niet optreden.
Cortot schreef 2 boeken: Cours d'interprétation (1934) en Aspects de Chopin (1949).

Wat zijn opnamen betreft: een platendiscografie is hier te zien.
Alfred Cortot nam pianorollen op voor Duca (10), Duo-Art (25), Pleyela (2) en Triphonola (12).
in ca.1902 nam de sopraan Félia Litvinne (1860-1936) 8 titels op met als pianobegeleider Alfred Cortot. Marston heeft de CD uitgebracht waarop dit te horen is. Daarna heeft Alfred Cortot vanaf 1919 tot 1957 plaatopnamen gemaakt. In 1925 maakte hij de allereerste elektrische plaatopname.



César Franck schreef de vioolsonate in 1886 als huwelijkscadeau voor de 31-jarige Belgische violist Eugène Ysaÿe. Franck gaf het op de ochtend van het huwelijk, niettemin heeft Ysaÿe de sonate voor de huwelijksgasten uitgevoerd.
Alfred Cortot bewerkte deze vioolsonate van Franck voor piano solo.

César Franck: Vioolsonate in A (1886)
1  allegretto ben moderato    6:24
2  allegro    7:27
3  recitativo-fantasia, ben moderato    7:45
4  allegretto poco mosso    5:49
Jacques Thibaud, viool; Alfred Cortot, piano
78t 30 cm: HMV DB 785; 788; 786-7   08169-70; 08175-76; 08171-74
Cc3680-1; 3681-1; 3682-4; 3688-7; 3684-1; 3685-1; 3686-4; 3687-3
Opname 22-10-1923
Totale tijd:   27:25

Download mp3

vrijdag 4 april 2014

Jacques Thibaud 2: Bach vioolconcert (HMV, 1924)


Een tweede post van de Franse violist Jacques Thibaud (27.09.1880 - 01.09.1953) met het vioolconcert van Bach in E BWV 1042. De dirigent staat niet op de labels vermeld, maar is volgens de CHARM database R. Orthman.

Giovanni Antonio Piani (Napels, 1678 - Wenen, 1760): Italiaans componist en violist. Zijn vader was trompettist aan het hof van Napels. Studeerde viool aan het Conservatorio della Pièta dei Turchini. Was tot 1702 admiraal van de Franse vloot in Toulouse. Werkte in Wenen en van 1704-1721 in Parijs, waar hij in dienst was van Louis-Alexandre de Bourbon en zijn naam verfranste in Jean-Antoine Desplanes. Van 1721-1760 was hij verbonden aan het hoforkest in Wenen, vanaf 1741 als muziekdirecteur.

Dankzij Jolyon kunnen we een recensie lezen, geplaatst in the Gramophone van september 1925:


Peter Latham’s review in The Gramophone of September 1925:

BACH'S VIOLIN CONCERTO IN E MAJOR H.M.V - D.B.789-91 (three 12in. records, 8s. 6d. each).-Jacques Thibaud (violin), with orch. acc.: Concerto in E major < B H hi, five sides, and Intrada -Adagio (Desplanes, arr. Nachez), one side.
This concerto was probably written during the period (1717-23) when Bach was Kapellmeister to Prince Leopold of Anhalt-Cothen. His duties during this time were connected with the Court rather than the Church, and we find him in consequence turning from cantatas and organ pieces to the secular forms of music and writing the French suites, the first half of the “forty-eight," the Brandenberg Concertos, and many other things, besides the delightful work before us here.
The orchestration of the concerto is exceedingly simple, the solo violin being accompanied only by a string band. Occasion- ally, indeed, Bach has not even bothered to write in the middle parts, contenting himself with the music for the solo instrument and the bass and leaving the rest to be supplied by the " continuo." Nowadays these middle parts are usually played by the strings, and this is certainly the most satisfactory plan ; but the term “ continuo " in the score referred to the part of the conductor, as we should now call him. It often consisted only of the melody and a figured bass from which ho would fill in the gaps in the orchestral harmony extempore on the harpsichord or some other keyboard instrument.
The first movement occupies two sides, though musically it falls into three main sections. The compact principal subject, with its two contrasted phrases, is contained in the two opening bars, and the first two-thirds of the side are concerned with the full exposition of this material and some appropriate digressions. 'Die second main section is in the nature of a development and takes us to about a third of the way through side two, the remainder of this side being an exact repetition of the first section.
While this movement suggests strength and buoyancy, the second is one of the most lovely reveries in which Bach ever indulged. The rhythmic subject given out by the lower strings at the start is continued all through in various shapes and keys, only resting now and then for a few bars to allow the 'cellos to breathe, as it were. It is this bass that binds the movement together ; above it the soloist may safely trace his tireless series of expressive arabesques without any fear of the listener losing his bearings. The movement occupies two sides.
A single side suffices for the Finale. In form this is a Rondo, the tune at the beginning being repeated at intervals and the gaps filled by various episodes. In spirit it has that exhilarating combination of merriment, sanity, and strength which is the hall- mark of John Sebastian in his lighter moods.
Thibaud is, I think, most successful in the first movement. In the second he is a little inclined to be sentimental at the expense of the rhythm, and ho takes the Finale rather slowly for my taste, though here his rhythm is splendidly firm. The recording has caught his tone admirably and the reproduction of the lower strings is good, though I feel we might with advantage hear more of the orchestral violins ; in the places where Thibaud is playing their modesty is somewhat excessive. There is, by the way something seriously wrong with the bass part at the conclusion of the second movement (end of side four) in my pressing ; but perhaps I have been unlucky.
The piece on the odd side would come appropriately enough before the Concerto and is well played and recorded.



Johann Sebastian Bach: Vioolconcert in E BWV 1042    18:23

1  allegro    8:36
2  adagio    6:53
3  allegro assai    2:54
Jacques Thibaud, viool; orkest o.l.v. R. Orthman
HMV DB 789-791  (4-07924~8)   Cc5267-2; 5268-2; 5269-3
Opname Londen, 21-10-1924 (kant 1); 31-10-1924 (kant 2+3)

4  Jean-Antoine Desplanes, arr. Nachéz: Intrada - adagio    2:52
Jacques Thibaud, viool; Madame Adams, pi.
HMV DB 791   (4-07929)   Cc5312-1
Opname Londen, 31-10-1924

Download mp3