maandag 29 december 2014

Flonzaley SQ 4; Harold Bauer: Brahms (HMV, 1925)


Weer een mooi HMV-album, dit keer met sterk ruisende HMV-platen van Engelse (beruchte) persing. Ik heb dus wel wat werk moeten verrichten om het geluid enigszins acceptabel te maken. We horen het pianokwintet van Brahms in f op.34 met Harold Bauer, piano en het Flonzaley Strijkkwartet - alweer mijn 4e post met opnamen van dit prachtige kwartet.
Voor gegevens over het Flonzaley Quartet verwijs ik naar mijn vorige posts met opnamen van dit strijkkwartet. Kijk rechts naar Labels, scroll naar beneden en klik op Flonzaley SQ.

Harold Bauer (Kingston, Engeland, 28.04.1873 - Miami, 12.03.1951. In Engeland geboren, zijn vader was een Duits violist, zijn moeder was Engelse. Studeerde viool bij zijn vader en bij Adolf Pollitzer (1832-1900), die ook aan Edward Elgar heeft lesgegeven. 
1883: debuut als violist, waarna hij 9 jaar door Engeland toerde.
1892: studeerde piano bij Ignacy Jan Paderewski (1860-1941) in Parijs. 
1893: première van de vioolsonate van Delius in Parijs, met Harold Bauer, piano en Achille Rivarde (1865-1940), viool
1893-1894: tournee door Rusland, daarna door een groot aantal Europese landen (Frankrijk, Duitsland, Spanje, Nederland, België, Zwitserland, Engeland, Scandinavië). Ook in de Verenigde Staten trad hij op.
1908: wereldpremière van Children's corner (Debussy) in Parijs. Daarna vestigde hij zich in Amerika.
Gaf les aan de Manhattan School of Music en masterclasses, o.a. aan de University of Miami.


Harold Bauer

Dit is een vroeg-elektrische opname, gemaakt in december 1925. In schema zie je de matrijsnummers

Nr
Code op label
Matrijs
Bestelnr.
Deel
Opname
01
08281
A31601
DB 970
mov. 1
1925 12 23
02
08282
A31602
1925 12 21
03
08283
A34231
DB 971
1925 12 23
04
08284
A31605
mov. 2
1925 12 23
05
08285
A31606
DB 972
1925 12 23
06
08286
A31607
mov. 3
1925 12 21
07
08287
A31608
DB 973
1925 12 23
08
08288
A31603
mov. 4
1925 12 21
09
08289
A31604
DB 974
1925 12 21
10
08290
A34234
1925 12 23

Johannes Brahms: Pianokwintet in f op.34 (1864)
1  allegro non troppo    11:12
2  andante, un poco adagio    8:21
3  scherzo: allegro    7:28
4  finale: poco sostenuto - allegro non troppo    9:46
Harold Bauer, piano
Flonzaley Quartet
78t 30 cm: HMV DB 970-4  (08281-90) 
Opname Camden, New Jersey 21+23 12 1925
Totale tijd:   36:47

Download mp3

woensdag 24 december 2014

Anton Hekking 2: Anker E 9688


Anton Hekking (Den Haag, 07.09.1855 - Berlijn, 18.11.1935): Nederlands cellist en docent. Op z'n 17e was hij al solocellist van het Utrechts Symphonie Orkest. Daarna speelde hij in het Pavlovsky Orkest in Rusland.
1873-1878: studie aan Conservatorium te Parijs, bij Léon Jacquard en Pierre Chevillard. Won een Premier Prix in 1878. Tourde daarna met de Russische pianiste Anna Yesipova (1851-1914) door Amerika. Vanaf 1880 solo-cellist van de Bilsesche Kapelle in Berlijn (Met Benjamin Bilse (1816-1902) dirigent en Franz Kneisel concertmeester). Door een conflict met Bilse (Bilse wilde 4e klas naar Warschau reizen met het orkest) richtten 54 musici van het orkest, waar onder Anton Hekking, in 1882 de Frühere Bilsesche Kapelle op, kort daarna omgedoopt tot de Berliner Philharmoniker. Anton Hekking maakte in 1882 door Europa en in 1888 door Amerika een tournee met de Belgische violist Eugène Ysaÿe.
1884-1888: eerste cellist Berliner Philharmoniker. Het gerucht gaat dat hij weg moest vanwege zijn practical jokes, die spanningen gaven in het orkest. Dat zou je op grond van onderstaande foto niet meteen verwachten...
1889-1891: eerste cellist Boston Symphony Orchestra (Arthur Nikisch dirigent); in deze periode ook cellist van het Kneisel Strijkkwartet
1895-1898: eerste cellist New York Philharmonic Orchestra
1898: docent aan Stern Conservatorium, Berlijn
1902-1907: Hekking Trio, met Artur Schnabel, piano en Alfred Wittenberg, viool
1907-1909: Hekking Trio, met Clarence Adler, piano en Alfred Wittenberg, viool
Anton Hekking had twee neven die ook beroemd waren als cellist: André Hekking (Bordeaux, 1866 - Parijs, 1925), die lang les gaf aan het Conservatorium van Parijs,  en Gérard Hekking (Nancy, 1879 - Parijs, 1942). 
Anton's vader was de cellist Gradus (Gerardus) Hekking (Arnhem, 1819 - Den Haag, 1884), lid van de hofkapel van koning Willem I.

Een nazaat van Anton Hekking, Wim Hekking, heeft gereageerd en enkele correcties geschreven. Ik voeg zijn reactie hieronder toe:


Enkele correcties m.b.t. zijn biografie, misverstanden die waarschijnlijk ontstaan zijn door naamsverwarring van de diverse leden van de familie Hekking (waarvan er meerdere de naam Gerard hebben), misverstanden die op meerdere plekken op het internet opduiken:

Anton Hekking is een zoon van mijn betovergrootvader Gradus (Gerardus) Hekking (1819, Arnhem - 1884, Den Haag), lid van de hofkapel van koning Willem I. Gradus was getrouwd met de zangeres Johanna Sophia van Hove, lid van een bekende Haagse familie van vnl. beeldende kunstenaars; haar zus was de bekende concertzangeres Sophia Johanna Huiberta van Hove (na aar huwelijk Offermans-Van Hove).

Anton werd geboren op 7-9-1855 in Den Haag (dus niet in 1856).

Anton had o.a. twee broers die violist waren:
1) Gerhardus Karolus Hekking (1845, Den Haag - 1891, Sotteville-lès-Rouen, Frankrijk); in Frankrijk heette hij Gerard Charles Hekking; hij was al op jonge leeftijd een hooggewaardeerd violist; hij ging eerst naar Bordeaux (waar een oom van hem, de destijds hooggewaardeerde cellist Carel Josephus Antonius, later 'Charles' Hekking, al eerder vanuit Nijmegen naar toe was gegaan); vervolgens gaf hij les aan het conservatorium in Le Havre (daar had hij enige tijd de jonge André Caplet als vioolleerling).
2) Lodewijk Bernardus Johannes Hekking (1854, Den Haag - ?); ook hij ging naar Frankrijk: eerst naar Nancy, waar hij een bekend violist was, en waar hij een conservatorium had; later ging hij naar Parijs; hij heette daar Louis Bernard Jean Hekking.

Beide violisten kregen beroemde cello-spelende zonen:
1) Een zoon van 'Gerard Charles' is Gérard Auguste André Hekking (1866, Bordeaux - 1925, Parijs), bekend geworden onder de naam André Hekking
2) Een zoon van 'Louis Bernard Jean' is Gérard Prosper Hekking (1879, Nancy - 1942, Parijs), bekend geworden als Gérard Hekking, o.a. solo-cellist van het Concertgebouworkest onder Mengelberg. Hij noemde zich ook wel 'Gérard Hekking de Nancy' (dus: uit Nancy; dit werd soms verbasterd tot Hekking-Denancy)
Beide laatstgenoemde cellisten (neven van mijn opa) hadden banden met componisten als Fauré, Saint-Saëns, Ravel, Diepenbrock, e.a.; ze brachten o.a. kamermuziekwerken van Fauré in première. André Hekking was een persoonlijke vriend van Saint-Saëns, die zijn laatste compositie ('Prière' voor cello en orgel) voor André schreef en hem vroeg dat bij zijn begrafenis uit te voeren; hetgeen geschiedde.



1  Anton Hekking: Andante voor cello    2:42
2  Bach - Gounod: Ave Maria    2:30
Anton Hekking, cello
Karl Stabernack, orgel
O. Hartung, piano (2)
78t 30 cm: Anker E 9688-I/II   05821/05818

Download mp3

zondag 21 december 2014

Fritz Lehmann 2: Corelli (Parlophone, 1941)


Vanwege kerst presenteer ik een 78t. opname van het Kerstconcert van Corelli, gedirigeerd door Fritz Lehmann uit 1941.
Het concert van Corelli werd posthuum uitgegeven in 1714 en draagt de inscriptie "Fatto per la notte di natalo" (gemaakt voor kerstnacht).

Fritz Lehmann (Mannheim, 07.05.1904 - München, 30.03.1956): Duits dirigent, debuteerde als pianist in 1918. Dirigentenloopbaan:
1923-1927: Göttingen
1927-1938: Hildesheim
1929-1938: Hannover
1934-1938: Bad Pyrmont
1934-1944 en 1946-1953: Göttingen International Händel Festival
1938-1947: Wuppertal
1953-1956: gaf les aan de Hochschule für Musik und Theater in München.
Stierf in de pauze van een uitvoering van de Matthäus Passion van Bach in München aan een hartaanval, pas 51 jaar oud.
Van Fritz Lehmann is een opname te vinden op mijn blog uit 1940 met de ouverture Pique Dame van Suppé.
Van het Kerstconcert van Corelli heb ik eerder een opname gepost, n.l. van dirigent Frieder Weissmanneen Parlophon-opname uit 1928.

Arcangelo Corelli: Concerto grosso in g op.6 no.8 "Kerstconcert"
1  vivace - grave
2  allegro
3  adagio - allegro - adagio
4  vivace
5  allegro
6  largo, pastorale
Berliner Staatskapelle o.l.v. Fritz Lehmann
Rudolf Schulz: 1e soloviool
Franz Seiffert, 2e soloviool
Walter Lutz, solo-cello
78t 30 cm: Parlophone O-7985/6  xxB 8870-73
Opname 29-09-1941; kant 4 04-10-1941
Totale tijd:   13:48

Download mp3

maandag 15 december 2014

Selmar Meyrowitz: Liszt - Faust Symphonie (Pathé, 1935)


Zoals ik al eerder schreef worden in Nederland albums met klassieke 78t.platen regelmatig weggegooid, wegens onverkoopbaarheid, omdat er maar weinig mensen in geïnteresseerd zijn. Ik vind die albums juist erg mooi en heb er al een aardige verzameling van (zie foto van enkele albums bovenaan mijn blog).
Het album van deze upload kon ik voor een redelijk bedrag aanschaffen.

De Faust-symfonie van Franz Liszt is uitgegeven in een mooi Pathé-album met 7 78t.platen. Ook het begeleidende boekje is er nog bij (scans in de download).
Liszt heeft een aantal composities geschreven waarin de duivelfiguur (Mephistophele) een rol speelt. Zo ook in deze symfonie in 3 delen, genoemd naar de hoofdfiguren uit "Faust" van Goethe: Faust, Gretchen (of Marguerite, zoals ze hier genoemd wordt) en Mephistophele. Het 3e deel heeft een slotkoor: Alles vergängliche ist nur ein Gleichnis, gezongen door koor + tenor.
Het werk is tussen 1854 en 1857 gecomponeerd; Liszt voegde er in 1880 nog 10 maten aan toe. Hij droeg de symfonie op aan Hector Berlioz.
Het zou zomaar kunnen dat dit de eerste complete opname van de Faust symfonie betreft.
Een overzicht van delen, matrijsnummers, opnamedata e.d. vind je in het schema hieronder.



Selmar Meyrowitz (Bartenstein, 18.04.1875 - Toulouse, 25.03.1941): eigenlijke naam Salomon Reinmar Meyrowitz.
1894-1896: Conservatorium Leipzig, bij Carl Reinecke en Salomon Jadassohn
1896-1898: Akademische Meisterschule Berlijn, bij Max Bruch
1898-1901: assistent van dirigent Felix Mottl (1856-1911) als repetitor in Hoftheater Karlsruhe
1901-1902: assistent van dirigent Felix Mottl (1856-1911) als repetitor in Metropolitan Opera.
Maakte als pianobegeleider van Johanna Gadski een grote tournee door Amerika.
1905-1907: repetitor bij Landestheater, Praag
1907-1909: dirigent bij Stadttheater Danzig
1909-1910: Komische Oper, Berlijn
1911-1912: Kurfürsten-Oper, Berlijn
1912-1913: Münchner Hoftheater
1913-1918: Staatsoper Hamburg
1917-1922: dirigeerde regelmatig de Berliner Philharmoniker
1920-1921: Blüthner-Orchester
1924-1927: dirigent Berliner Staatsoper Under den Linden naast Erich Kleiber en Georg Szell
1928-1933: gastdirigent bij Funk-Stunde Berlin; leidde het Berliner Funk-Orchester
1929-1932: huisdirigent bij Ultraphon
In 1933 verliet hij Duitsland en vestigde zich tot zijn dood in Parijs. 

Georges Jouatte (Monaco, 17.06.1892 - Parijs, 13.02.1969): Franse tenor, zoon van een bierbrouwer. 
1932: debuut in Théâtre Mogador, Parijs
Sinds 1934: Grand Opéra, Parijs; sinds 1937 ook Opéra-Comique, Parijs
Hij trad in 1946 terug van het podium.


Nr
Bestelnr
Matrijsnr
Opname
Deel
Tijd
01
PDT 31
CPTX 156-1
1935 06 12
1. Faust
22:34
02
CPTX 157-1
03
PDT 32
CPTX 158-1
04
CPTX 159-1
05
PDT 33
CPTX 160-2
1935 06 13
06
CPTX 161-2
07
PDT 34
CPTX 162-2
2. Marguerite
17:06
08
CPTX 167-2
1935 06 14
09
PDT 35
CPTX 168-2
10
CPTX 169-1
11
PDT 36
CPTX 170-1
3. Mephistophele
15:42
12
CPTX 171-1
1935 06 15
13
PDT 37
CPTX 172-1
14
CPTX 173-4

Franz Liszt: Eine Faust Symphonie in 3 Charakterbildern S.108
1  Faust    22:34
2  Marguerite    17:06
3  Mephistophele    15:42
Grande Orchestre Philharmonique de Paris o.l.v. Selmar Meyrowitz
Georges Jouatte, tenor
78t 30 cm: Pathé PDT 31-37   
Opname 12-15 06 1935
Totale tijd:   55:22

Download mp3

maandag 8 december 2014

Flonzaley Quartet 3: Mozart KV 421 (HMV, 1929)

Flonzaley Quartet 1906
Het Flonzaley Quartet bestond van 1902 tot in 1929 en werd opgericht en betaald door de bankier Edward J. de Coppet uit New York (en na diens dood in 1916 door zijn zoon André). Het kwartet werd genoemd naar het landhuis van De Coppet in Lausanne, waar gespeeld en geoefend werd. De twee violisten en altviolist hebben les gehad van de Belgische violist, docent en componist  César Thomson (1857-1931).
Op verzoek van het kwartet componeerde Igor Stravinsky 3 pieces for string quartet (1914) en Concertino for string quartet (1920).
Lees bij de geweldige blog van Shellackophile meer over dit strijkkwartet en wat de spelers nadien deden.

De bezetting bij deze opname:
Adolfo Betti (1875-1950), 1e viool
Alfred Pochon (1878-1959), 2e viool
Nicolas Moldavan, altviool
Iwan d'Archambeau (1879-1955), cello.



Wolfgang Amadeus Mozart: Strijkkwartet no.15 in d KV 421 (1783):
1  allegro moderato    4:40
2  andante    4:14
3  menuetto en trio - allegretto    3:07
4  allegretto ma non troppo    4:37
Flonzaley Quartet
78t 30 cm: HMV DB 1357/8  (2-08043; 33; 36; 34)
A51050~3
Opname 30-04-1929 en 02-05-1929
Totale tijd:   16:38

Download mp3

donderdag 4 december 2014

Bruno Walter - Mozart KV 466 (HMV, 1937)


Een bijzondere opname waarin we Bruno Walter niet alleen als dirigent, maar ook als pianist kunnen beluisteren in het bekende pianoconcert no.20 in d KV 466 van Mozart.
De opname is uitgegeven in een mooie HMV-map, album no.317, met het tekstblad er nog in (de scans zijn toegevoegd aan de download).



Bruno Walter (eigenlijke naam: Bruno Schlesinger) (Berlijn, 15.09.1876 - Beverly Hills, 17.02.1962): Duits dirigent, hij componeerde actief tot ca. 1910. Geboren in een middle-class Joodse familie. Hij noemde zich Bruno Walter sinds 1896 en veranderde zijn naam officieel in Bruno Walter toen hij zich in 1911 naturaliseerde als Oostenrijker. 
Debuut als dirigent bij de Opera Keulen in 1894. Vertrok later dat jaar naar de opera in Hamburg, waar hij werkte met Gustav Mahler en met hem bevriend werd. Dirigeerde vervolgens in Breslau (1896), Pressburg, Riga Opera, Latvia (1898), Berlijn Staatsoper (1900) als opvolger van Franz Schalk, met als collega's Richard Strauss en Karl Muck. Hij raakte in die periode bevriend met de componist Hans Pfitzner. Mahler nodigde Walter uit om naar de Weense Hof-Oper te komen als diens assistent en vanaf die tijd neemt zijn carrière een grote vlucht. Na Mahler's dood in 1911 vroeg Alma Mahler of Bruno Walter de première wilde dirigeren van Das Lied von der Erde en de 9e symfonie. Walter maakte ook de eerste opnamen van deze werken, live opgenomen in resp. 1936 en 1938 met de Wiener Philharmoniker voor HMV.
Hij vluchtte in 1933 uit Duitsland omdat concerten die hij zou dirigeren steevast werden afgelast. Bij één concert in Berlijn nam Richard Strauss in plaats van Walter de baton over. Daar schreef Bruno Walter later over: "The composer of Ein Heldenleben actually declared himself ready to conduct in place of a forcibly removed colleague." Met zijn gezin vestigde hij zich in Wenen.
Geliefd gastdocent in Amsterdam, Concertgebouw, in de periode 1934-1939. Hij vertrok naar Amerika in 1939, werkte daar met grote orkesten als Chicago Symphony Orchestra, L.A. Philharmonic, NBC Symphony Orchestra, New York Philharmonic en Philadelphia Orchestra. 

Op mijn blog staat ook een Columbia-opname van Bruno Walter uit 1926 met de Rienzi-ouverture van Wagner.

Carl Reinecke (23.06.1824 - 10.03.1910): Duits componist, dirigent, pianist en docent. Hij heeft een serie pianorollen opgenomen voor Welte-Mignon, Aeolian en Hupfeld en is daarmee de vroegst geboren pianist die opnamen gemaakt heeft. Op het label staat Reinicke, maar ik neem aan dat deze man bedoeld wordt, temeer daar hij als goed Mozart-vertolker bekend stond.

Bruno Walter 1935

Wolfgang Amadeus Mozart: Pianoconcert no.20 in d KV 466 (1785)
1  allegro (cadenza: Reinecke)   13:15
2  romanze    7:52
3  rondo, allegro assai (cadenza: Reinecke)   6:07
Bruno Walter, piano en dirigent
Wiener Philharmoniker
78t 30 cm: HMV DB 3273-6  2VH.285-92
Opname 07-05-1937
Totale tijd:   27:14

Download mp3

maandag 24 november 2014

Lener SQ 4; Draper; A.Brain, Hinchcliff, Hobday: Schubert Octet (Columbia, 1928)


Zoals aan de foto helemaal bovenaan mijn blog te zien is, ben ik dol op die mooie 78t albums, waarin complete klassieke werken werden uitgegeven. Het wordt in Nederland merkwaardig genoeg weinig verzameld, er gaan zelfs verhalen van vuilcontainers waarin die prachtige albums wegens onverkoopbaarheid verdwijnen, of de albums worden kapot gescheurd om de binnenhoezen te gebruiken... Barbaars vind ik dat. 

Ik pak een mooi Columbia-album met daarin 6 dubbelzijdige 78t.platen. Met een vetertje kan het album strak dichtgebonden worden. Gespeeld wordt het octet op.166 van Franz Schubert.

Het Léner String Quartet uit Hongarije werd opgericht in 1918 door Jenö Léner (1894-1948) en bestond in de originele bezetting tot 1942. In 1945 werd in deels gewijzigde samenstelling opnieuw begonnen, tot de dood van Jenö Léner. Een van de beroemdste strijkkwartetten in de periode tussen de 2 wereldoorlogen, in de romantische traditie, met veel portamenti en rubati. 
Het kwartet begon in 1923 met het maken van opnamen. Het is het eerste strijkkwartet dat complete opnamen maakte van alle strijkkwartetten van Beethoven (beginnen in 1927, vanwege Beethoven's 100e sterfjaar). 
De samenstelling van het kwartet: 
Jenö Lener (1894-1948), 1e viool; 
Jószef Smilovits, 2e viool; 
Sándor Roth, altviool; 
Imre Hartmann, cello. 
Eerdere opnamen van het Léner Quartet op mijn blog vind je hier.

In deze opname van het octet op.166 van Schubert uit 1928 wordt het kwartet aangevuld met een viertal goede musici:
Charles Draper (23.10.1869-21.10.1952), klarinet
Aubrey Brain (12.07.1893-21.09.1955), hoorn
E.W. Hinchcliff, fagot
Claude Hobday (12.05.1878-10.01.1954), contrabas
Een mooie opname van het 3e hoornconcert uit 1940 van Mozart met Aubrey Brain vind je hier.


Autograaf van het octet van Schubert

Franz Schubert: Octet in F op.166 D.803 (1824)
1  adagio - allegro    11:32
2  andante un poco mosso    11:04
3  scherzo: allegro vivace    3:36
4  air + variaties - andante    7:34
5  minuetto + trio; allegretto    4:34
6  andante molto - allegro - andante molto - allegro molto    8:32
Léner String Quartet
Charles Draper, klar.; Aubrey Brain, hoorn; 
E.W. Hinchcliff, fagot; Claude Hobday, contrabas
78t 30 cm: Columbia L 2108-2113   WAX 3416-3427
Opname 23-03-1928
Totale tijd:   46:52

Download mp3

donderdag 20 november 2014

Pierre Chagnon: Bizet Arlésienne (1927)


Over de dirigent Pierre Chagnon is niet veel bekend. We komen hem regelmatig tegen op Franse Columbia en Pathé als begeleider van populaire zangers en zangeressen (o.a. Tino Rossi, Adrien Lamy, Albert Caurat en Assia de Busny op Columbia; Gilbert Moryn en Roberte Marna op Pathé). 
Ik heb hier eerder een opname met Scènes Pittoresques van Massenet uit 1928 gepost.
Nu een mooi uitgegeven album met 5 25cm 78t.platen. Een duik in de CHARM database leert ons dat de opname in oktober 1927 gemaakt is. Verder is ervoor gekozen de muziek niet als orkestsuite te spelen, maar zoals het in het toneelstuk van Alphonse Daudet bedoeld was, inclusief de 2 koren.
Eenzelfde matrijs wordt 2x ingezet: no.3 en no.9 zijn exact hetzelfde, zelfs hetzelfde take-nummer (WL634-1)! Overigens zijn alle takes in 1 x opgenomen!

In de tekst in het album staat het volgende:

In 1872 M. Cavalho took over the Vaudeville Theatre in Paris with an idea of reviving mélodrame (i.e. a play with music, but not what we now term a musical play). He therefore engaged Alphonse Daudet to write a play and Georges Bizet to supply the incidental music. The result was "L'Arlésienne", a name which is now famous, not, rather paradoxally, through the genius of the author, but through that of the composer. The work was carefully prepared and well produced but it only ran for a fortnight. Bizet was extremely disappointed, for he thought the failure of the play meant that some of his best music would be wasted. By good fortune, however, M. Pasdeloup, the conductor of the famous Cirque d'Hiver concerts heard the music and was greatly impressed by it, and performed the Prelude, Menuet, Adagietto, and Carillon with very great succes in the form of an orchestral suite, and so laid the foundation of its popularity. The parallel between "L 'Arlésienne" and "Rosamunde" will no doubt be noticed. In both cases the names of the plays are remembered entirely on account of the musicassociated with them, while the plays themselves are dead. The main difference is that while "Rosamunde" was, by general consent, a bad play, L'Arlésienne" was a good one, ruined by unfortunate circumstances. 
   The novelty of the present set of records lies in the fact that the music is given, not as usual in England, as an orchestral suite, but as given in the theatre with the two choruses sung in their original form.



Georges Bizet: L'Arlésienne (1872)
1  acte 1: Prélude - ouverture    5:59
2  scene 1 acte 2: Entr'acte - Pastorale - L'Étang de Vaccares    2:24
3  scene 1 acte 2: Choeurs suivant la Pastorale     1:58
4  scene 2 acte 2: Entr'acte - La cuisine de Castelet    2:58
5  tussen acte 2 en acte 3: Intermezzo: Minuetto    2:48
6  scene 1 acte 3: Entr'acte - Le carillon    3:00
7  scene 1 acte 3: Adagietto    2:42
8  scene 1 acte 3: Farandole    2:50
9  scene 2 acte 3: Marche des Rois    1:59
Orchestre Symphonique de Paris o.l.v. Pierre Chagnon
78t 25 cm: Columbia 4988-4992
(W)L 622-1; 623-1; 624-1; 634-1; 625-1; 626-1; 631-1; 633-1; 632-1; 634-1
Opname 14+15 10 1927
Totale tijd:   26:38

Download mp3

maandag 3 november 2014

Willy Burmester, viool (Gramophone / Grammophon, 1909)


Willy Burmester (Hamburg, 16.03.1869 - Hamburg, 16.01.1933): Duits violist en componist. Wonderkind, studeerde bij zijn vader en van 1882-1885 bij Joseph Joachim (1831-1907) in Berlijn. In 1885 ontwikkelde hij een eigen stijl om meer virtuoze muziek te kunnen spelen. 
Hij speelde voor bij Tchaikovsky en correspondeerde met hem (van 1888-1893), waarin hij Tchaikovsky meestal vroeg een optreden of aanstelling te regelen, wat Tchaikovsky vaak ook deed, ook al vond hij Burmester steeds opdringeriger worden.
Na een Paganini-recital (Berlijn, 1894) kwam zijn internationale doorbraak.
In zijn latere jaren gaf hij les in Berlijn.


Jean Sibelius droeg zijn vioolconcert aan Burmester op, maar liet om financiële redenen de première in 1903 in Helsinki plaatsvinden met Victor Novacek als violist. Het werd een ramp, Sibelius herzag zijn concert en vroeg opnieuw of Burmester de première wilde doen in 1905. Omdat Burmester opnieuw niet beschikbaar was werd Karel Halíř uiteindelijk de solist. Willy Burmester was zo beledigd, dat hij het concert nooit gespeeld heeft en Sibelius droeg het concert daarna op aan het Hongaarse wonderkind Ferenc von Vecsey (1893-1935). 
Willy Burmester schreef een autobiografie: Fünfzig Jahre Künstlerleben (1926).


Willy Burmester, viool (+ pianobegeleiding):

1  Jean-Philippe Rameau, arr. Willy Burmester: Gavotte    2:39

2  Jan Ladislav Dussek, arr. Willy Burmester: Menuet    2:59
78t 25 cm: Grammophon 47978/9  1733/5 ab
Opname 17-09-1909

Georg Friedrich Händel, arr. Willy Burmester: 

3  Arioso    2:34
4  Menuet    2:12
78t 25 cm: Gramophone Concert GC-47984/5  1734/6 ab
Opname 17-09-1909

Download mp3