woensdag 25 september 2013

Judith Bokor 2 (Columbia)


Judith Bokor (10.04.1899 –  ca.21.07.1972): Hongaarse celliste, getrouwd met de Hongaar Géza Kálmán Kosch (1887 -1971), in Nederland beter bekend als de impresario Géza Koos. Het echtpaar vluchtte in 1919 naar Nederland. Lees meer over Judith Bokor in m'n eerste post met opnamen van haar. 
Ze heeft, zoals te doen gebruikelijk in die tijd, helaas veel salonmuziekjes opgenomen: jammer, ik had haar wel graag in een substantieel celloconcert willen horen... 

Judith Bokor, cello (+ piano):

01  Karl Ditters von Dittersdorf: Scherzo    3:14
02  Georges Valensin: Menuet    3:17
78t 30 cm: Columbia D 17143  FX 10 / FX12

03  Jean Sibelius: Valse triste    4:14
04  Eduard Lalo: Chants Russes    4:04
78t 30 cm: Columbia D 12801  FX 51 / 56

05  Tommaso Giordani: Caro mio ben    4:37
06  Willy Burmester: Gavotte    3:26
78t 30 cm: Columbia D 12805  FX 41 / 50

Download mp3

zaterdag 21 september 2013

Eric Coates (Columbia, 1940)


Eric Coates (Hucknall, 27.08.1888 - 21.12.1957): Engels altviolist en componist van licht-klassieke werken. Hij ging in 1906 naar het Royal College of Music in Londen, studeerde altviool bij Lionel Tertis en compositie bij Frederick Corder. Speelde van 1910-1919 altviool in het Queen's Hall Orchestra o.l.v. Sir Henry J. Wood, maar werd ontslagen omdat hij plaatsvervangers stuurde om altviool te spelen, terwijl hij zelf eigen werken dirigeerde. Vanaf dat moment wijdde hij zich alleen aan compositie.
Hij is overigens geen familie van de dirigent Albert Coates.
Lees meer op Wikipedia.

Eric Coates: 
1  Sleepy lagoon (valse serenade)    3:21
2  Calling all workers (march)    2:58
Symphony Orchestra c.b. Eric Coates
78t 25 cm: Columbia DB 1945  CA 18124-1 / 18125-1
Opname 27.08.1940

Download mp3

dinsdag 10 september 2013

Mozart Dorfmusikanten-Sextett (Polydor)


In een kringloopwinkel kwam ik onlangs een stapel prachtige oude 78t.platen tegen, w.o. deze drie 25 cm Polydors met een anoniem symfonie-orkest en anonieme dirigent, die Ein musikalischer Spass KV 522 van Mozart spelen. Ik vind de opname niet in de CHARM database. Het gaat om een akoestische opname.
Wie weet om welk orkest het gaat en wie de dirigent is?
Op de hoes is een oud krantenartikel over de compositie geplakt. Ik geef de inhoud hieronder weer. De schrijver is onbekend, er staan alleen de initialen H.R. Verder staat er helaas niet bij vermeld uit welke krant het artikel gehaald is, ook een datering ontbreekt.
Een geniale grap van Mozart
Wanneer men het begrip "Humor in de muziek" wil toelichten, dan is daarvoor wel een ter duidelijke illustratie uitermate geschikt voorbeeld, een werk van Mozart voor strijkers en twee hoorns, in "Köchels Verzeichnis" genummerd 522. Mozart betitelt het in zijn eigen catalogus als "Ein musikalischer Spass", maar het is ook, en misschien nog meer, bekend als "Dorfsmusikanten-Sextett" of "Bauern-sinfonie".  Wie deze laatste twee titels, na Mozart's dood, bedacht moge hebben, is niet bekend, maar in elk geval zijn zij niet authentiek, en daarbij ook nog misleidend. Want al moge de componist zich enige grapjes veroorloofd hebben, waarmee hij met de onbeholpenheid van eenvoudige dorpsmuzikanten een loopje neemt - dit is tenslotte slechts van bijkomend belang. Het was hem voornamelijk en in de eerste plaats erom te doen de stumperigheid aan de kaak te stellen van de talrijke componerende beunhazen onder zijn tijdgenoten.   Het is waar: om de geestigheden van deze niet minder dan geniale persiflage, waarmee Mozart in deze "muzikale grap" zo gul rondspringt ten volle te kunnen appreciëren, moet men eigenlijk een dieper inzicht hebben in details van vormleer en andere compositietechnieken, waarmee de muziekliefhebber van Mozarts dagen veel beter vertrouwd was dan die van onze generatie. Stuntelige overgangen en themaverbindingen, radeloze modulaties, ontwikkeling van melodieën, die na eerste aanloop het spoor bijster raken, een mislukt fugato - met deze en dergelijke middelen maakt Mozart zich over zijn zwakbenige kunstbroeders grimmig vrolijk, ontwerpt hij een kostelijke karikatuur en toont hij de hem aangeboren scherpe opmerkingsgave. Maar al kan ons publiek hem in al die rake zinspelingen niet volmaakt volgen - wie ook maar enigszins voor de schoonheid der muziek ontvankelijk is, moet toch wel onder de indruk kunnen komen van het plezier, dat Mozart bij het schrijven van deze persiflage moet hebben bezield; een plezier, waarin niets boosaardigs ligt. En bij goed luisteren zijn tal van grappen zelfs voor de minder-ingewijden toch wel evident; laten wij enige voorbeelden noemen.  Het hoofdthema van het eerste deel (allegro), waarmee dit deel terstond inzet, begint met twee matren van drie gelijke akkoorden: deze drie akkoorden komen telkens terug, wanneer de componist met een verdere ontwikkeling geen raad weet. Vrij spoedig na het begin houdt de eerste violist plotseling op en laat het orkest met een zinloze begeleiding en een aandoenlijke triller der altviolen rustig doorgaan. In het tweede deel (menuetto) is een naar verhouding veel te lang middendeel (trio) met onnozele gamma's en sprongen der eerste viool. In het derde deel (adagio cantabile) maakt de eerste viool zich zeer druk met aandoenlijke cantilene en virtuositeit, om in een dwaze slotcadens de kluts totaal kwijt te geraken. En in de finale (presto), een rondo, drijft Mozart de spot met pogingen tot een fuga, welke niets meer is dan een onnozel fugato, dat al terstond na een eerste quasi doorwerking onbekommerd in de steek wordt gelaten.  Uiteraard vallen dergelijke ontsporingen bij het publiek het eerst in het gehoor en daaraan is het welhaast toe te schrijven, dat men, jammer genoeg, het werk eerder als een spot met de uitvoerenden dan met de componist heeft opgevat. Dergelijke grappen slaan het meest in en dat doet mij denken aan een verzuchting van de vroegere eerste concertmeester van het Concertgebouw-orkest, Louis Zimmermann, die, toen het orkest de "Musikalischen Spass" had uitgevoerd en hij na de cadens een extra applausje kreeg, tot mij de grimmige opmerking maakte: "Ja, ik heb het meeste succes als ik vals speel". 
H. R. 
Wolfgang Amadeus Mozart: Dorfmusikanten-Sextett 
(Ein musikalischer Spass) KV 522
1  allegro    3:38
2  menuetto    3:22
3  adagio    6:21
4  presto    6:26
Symphonie-Orchester
78t. 25 cm: Polydor 62436-8  B17-22  884-9ax
Totale tijd:  19:09

Download mp3

vrijdag 6 september 2013

William Murdoch: Sinding, Debussy (Columbia D 1465)


William Murdoch (10.02.1888 - 09.09.1942): Australische pianist, componist en schrijver. Opgeleid op het conservatorium in Melbourne (bij William Adolphus Laver). Hij won een beurs waardoor hij in Londen kon studeren aan het Royal College of Music bij de Deen Frits Hartvigson.  Debuut in 1910. Maakte rournees door Australië met achtereenvolgens Louise Kirkby Lunn (1912),  en Clara Butt met Kennerley Rumford (1913). 
Hij speelde veel kamermuziek, samen met de violist Albert Sammons, richtte de Chamber Music Players op met daarin Albert Sammons, Lionel Tertis en Lauri Kennedy, nam trio's op voor Columbia met Arthur Catterall (viool) en W.H. Squire (cello).
In 1919 speelde hij piano bij de eerste opvoering van het pianokwintet van Elgar (met Albert Sammons, W.H. Reed, Raymond Jeremy en Felix Salmond).
1930-1936: professor aan het College of Music in Londen.
Hij schreef een boek over Brahms (1933) en Chopin (1934).
Nu een akoestische opname op een 25 cm Columbia. We horen absoluut een goede pianist, maar hij kiest wel erg snelle tempi zo hier en daar. Dat had toch beter op een 30 cm plaat opgenomen kunnen worden...

1  Christian Sinding: Frühlingsrauschen (1896)    225
2  Claude Debussy: Estampes: 3 Jardins sous la pluie    2:47
William Murdoch, piano
78t 25 cm: Columbia D 1465  A 156/9  
Opname ca. 1923

Download mp3

maandag 2 september 2013

Ars Rediviva 1: Bach (BAM 11-12)


M'n computer was helaas kapot, dus dat nam enige tijd om alles weer hersteld te krijgen. Alles moest ook weer opnieuw geïnstalleerd worden. Bovendien krijg ik het komende maanden flink druk, dus ik zal wat minder actief zijn op de blogs.

Ars Rediviva is een Frans gezelschap dat bestond uit Claude Crussard, Claire Crussard, Dominique Blot, E. Ortmans-Bach, Jacqueline Alliaume, Sonia Lovis, Bernard Coqueret, Monique Brothier en Monique Deshays. Ze speelden oudere muziek, zoals deze sonate van Bach, die verscheen op 2 25cm 78t.platen van het merk Boîte à Musique (BAM).
Ars Rediviva werd opgericht in 1935 en bleef bestaan tot 1947, toen de leden omkwamen bij een vliegtuigongeluk. In de jaren '50 is er nog een tweede gezelschap Ars Rediviva opgericht in Tsjechië.
Van René le Roy (04.03.1898 - 03.01.1985) heb ik eerder een mooie opname gepost samen met het Pasquier Trio in het fluitkwartet no.4 KV 298 van Mozart. Lees meer over hem op Wikipedia.

Johann Sebastian Bach (arr. Claude Crussard): 
Sonate in G voor 2 fluiten en klavecimbel 
1  adagio    3:22
2  allegro ma non troppo    3:20
3  adagio e piano    3:13
4  presto    2:56
Ars Rediviva:
René le Roy en André Musset, fluit
Claude Crussard, klavecimbel
78t 25 cm: BAM 11-12  PART 954-7
Totale tijd:  12:51

Download mp3