maandag 31 oktober 2011

Felix Weingartner 3: Beethoven Symf. no.8 (Columbia, 1923)


Een opname uit 1923 van de 8e symfonie van Beethoven, gedirigeerd door Felix Weingartner (1863-1942), die nu voor de 3e keer op mijn blog verschijnt. Voor eerdere posts met Beethoven symf. no.7 en Mozart symf. no.39 uit 1923-4, inclusief een discografie van zijn akoestische opnamen, klik hier. Uitgebreide biografische informatie vindt u hier
Enkele hoogtepunten van zijn dirigentenloopbaan:
1884: Königsberg Opera
1885-1887: Danzig
1887-1889: Hamburg
1889-1891: Koninklijke Opera, Berlijn
1908-1911: Wiener Hofoper (opvolger van Gustav Mahler)
1911-1927: Wiener Philharmoniker
1919-1920: Wiener Volksoper
1927-1934: Symfonie-orkest Basel
Hij was de eerste dirigent die alle symfonieën van Beethoven heeft opgenomen.

Felix Weingartner
Beethoven schreef zijn 8e symfonie vanaf de zomer van 1812 in 4 maanden tijd en droeg de symfonie op aan bankier Graaf Moritz Fries, die Beethoven financieel ondersteunde tot Fries in 1825 failliet ging. De première vond plaats in Wenen op 27 februari 1814, waarbij ook de 7e symfonie, die 2 maanden eerder in première was gegaan, op het programma stond. Beethoven zelf dirigeerde, ondanks zijn toegenomen doofheid, waarbij de orkestleden vooral de aanwijzingen van de eerste violist volgden. Het succes viel Beethoven tegen, wat hem boos maakte omdat hij de 8e symfonie beter vond dan zijn 7e symfonie.
Ik heb de plaatkanten gewoon achter elkaar "geplakt", zoals onze voorouders het a.h.w. hoorden. Dat vind ik ook zo z'n charme hebben. Dus soms worden wat akkoorden herhaald en gaat het feest gewoon verder. Erger is dat soms een plaatkant geleidelijk wat stijgt in toon, waardoor de aansluitende plaatkant wat lager begint - dat kan ik niet corrigeren helaas. Met alle beperkingen is dit toch een bijna 88 jaar oude opname die weer tot klinken wordt gebracht!


Ludwig van Beethoven: Symfonie no.8 in F op.93 (1812):
1  allegro vivace e con brio    8:04
2  scherzando: allegretto    3:53
3  tempo di menuetto    7:01
4  allegro vivace    8:33
Opname 27-11-1923

Felix Weingartner: "Der Sturm": 
5  Entr'acte    4:24
Opname 28-11-1923

London Symphony Orchestra o.l.v. Felix weingartner
78t 30 cm: Columbia L 1538-41   AX 243-249; AX 259

Download mp3

donderdag 27 oktober 2011

Anton Hekking, cello (Scala Ideal, Anker, Grammophon)



Anton Hekking (Den Haag, 07.09.1855 - Berlijn, 18.11.1935): Nederlands cellist en docent. Op z'n 17e was hij al solocellist van het Utrechts Symphonie Orkest. Daarna speelde hij in het Pavlovsky Orkest in Rusland.
1873-1878: studie aan Conservatorium te Parijs, bij Léon Jacquard en Pierre Chevillard. Won een Premier Prix in 1878. Tourde daarna met de Russische pianiste Anna Yesipova (1851-1914) door Amerika. Vanaf 1880 solo-cellist van de Bilsesche Kapelle in Berlijn (Met Benjamin Bilse (1816-1902) dirigent en Franz Kneisel concertmeester). Door een conflict met Bilse (Bilse wilde 4e klas naar Warschau reizen met het orkest) richtten 54 musici van het orkest, waar onder Anton Hekking, in 1882 de Frühere Bilsesche Kapelle op, kort daarna omgedoopt tot de Berliner Philharmoniker. Anton Hekking maakte in 1882 door Europa en in 1888 door Amerika een tournee met de Belgische violist Eugène Ysaÿe.
1884-1888: eerste cellist Berliner Philharmoniker. Het gerucht gaat dat hij weg moest vanwege zijn practical jokes, die spanningen gaven in het orkest. Dat zou je op grond van onderstaande foto niet meteen verwachten...
1889-1891: eerste cellist Boston Symphony Orchestra (Arthur Nikisch dirigent); in deze periode ook cellist van het Kneisel Strijkkwartet
1895-1898: eerste cellist New York Philharmonic Orchestra
1898: docent aan Stern Conservatorium, Berlijn
1902-1907: Hekking Trio, met Artur Schnabel, piano en Alfred Wittenberg, viool
1907-1909: Hekking Trio, met Clarence Adler, piano en Alfred Wittenberg, viool

Anton Hekking had twee neven die ook beroemd waren als cellist: André Hekking (Bordeaux, 1866 - Parijs, 1925), die lang les gaf aan het Conservatorium van Parijs,  en Gérard Hekking (Nancy, 1879 - Parijs, 1942). 
Anton's vader was de cellist Gradus (Gerardus) Hekking (Arnhem, 1819 - Den Haag, 1884), lid van de hofkapel van koning Willem I.

Ik laat 3 78t.platen van Anton Hekking horen. Ze komen alle drie niet voor in de CHARM database. De Anker is erg slecht van kwaliteit en bovendien erg zacht opgenomen - de ruis is in de zachte delen bij wijze van spreke nog harder dan de cello - maar voor de curiositeit voeg ik hem toch toe. Het is toch heel uitzonderlijk om platen van Anton Hekking tegen te komen.

1  Peter Iljitsj Tchaikovsky: Chanson triste
2  David Popper: Papillon (Maskenbalszene)
Anton Hekking, cello (+ piano)
78t.25 cm: Grammophon 12438  947852/3


3  Johann Sebastian Bach: uit "Matthäus Passion": aria
4  Joachim Raff: Cavatina op.85 no.3
Anton Hekking, cello (+ piano en harmonium)
78t 30 cm: Scala Ideal 4004  5049/50


5  Robert Schumann: Abendlied
6  Robert Schumann: Träumerei
Anton Hekking, cello (+ piano)
78t 25 cm: Anker H 515  742/3

Download mp3

vrijdag 21 oktober 2011

Max Tak: Suppé (Pathé X 8577)


Ik had deze 78t.plaat ook op m'n curiosa-blog kunnen zetten, maar omdat hij hier toch (populair-)klassiek materiaal speelt zet ik hem toch maar hier.  

Max Tak (1891-1967): Nederlands musicus, componist en journalist. Geboren in Amsterdam in een familie van Joodse diamantbewerkers. Had vioolles van William Klein, Sylvain Noach en Johan C. Herbschleb, eerste violist bij het Concertgebouworkest. In 1908 mocht Tak voorspelen bij Willem Mengelberg en werd aangenomen als leerling bij de tweede violen voor f25,- per maand. ook volgde hij nog vioolles op het conservatorium bij Alexander Schmuller en compositieles bij Cornelis Dopper. Tot eind 1916 bleef Tak verbonden aan het Concertgebouworkest, de laatste jaren bij de eerste violen. Ondertussen schnabbelde hij er enorm bij: hij speelde in de amusementssector en in horecagelegenheden en had een handeltje in violen en strijkstokken. Hij schreef liedjes voor JeanLouis Pisuisse: De fancy-fair en De gangen van het Concertgebouw (1914). vanaf 1915 speelde Tak in ontspanningscentrum 'Bellevue' met een eigen ensemble populair-klassieke zomerconcerten. In 1916 werd hij door de directeur van de bioscoop Cinema Palace in dienst genomen voor veel geld, om een bioscooporkest op te richten. Max Tak stelde wekelijks de muziek samen ter begeleiding van de zwijgende films. In 1921 kwam hij in dienst bij Abraham Tuschinsky en bleef tot de Duitse bezetting actief in het Tuschinsky Theater als muzieksamensteller, dirigent en publiciteitschef. Verder was hij Jazz-recensent bij De Telegraaf, presenteerde voor de AVRO platenprogramma's, zat in de AVRO programmaraad, schreef veel filmmuziek (o.a. voor Het meisje met den blauwen hoed, 1934; Ergens in Nederland, 1940). Wegens zijn Joods-zijn werd Tak in 1940 ontslagen bij Tuschinsky, dat inmiddels door de Duitsers was omgedoopt in Tivoli. Hij vluchtte naar Curaçao (1941) en daarna naar de New York (1943). Na de oorlog werd hij correspondent voor Elseviers Weekblad. Hij organiseerde o.m. een tournee van het Concertgebouworkest in Amerika en zorgde er mede voor dat Willy Alberti in 1959 een hit had in Amerika met het liedje Volare
Max Tak was van 1916-1925 gehuwd met de concertzangeres Ypkje Zeinstra, die de relatie beëindigde vanwege de vele buitenechtelijke relaties van haar man. Hij hertrouwde in Amerika met Helen Kinney.
Dit is een bijzondere plaat. Ik schat dat deze plaat uit de 2e helft jaren '20 komt - het is duidelijk een elektrische opname (dus met microfoon). Mogelijk horen we het Tuschinsky Orkest, hoewel de plaat misschien in Frankrijk is opgenomen met een Parijs orkest. Boeiend om een vroege opname van deze muzikale duizendpoot te kunnen horen.

Max Tak
Franz von Suppé:  "Ein Morgen, ein Mittag und ein Abend in Wien": 
Ouverture    7:07
Orkest o.l.v. Max Tak
78t 25 cm: Pathé X 8577   N 61472/3

Download

donderdag 20 oktober 2011

4e blog... 78 toeren Opera zang


Tijd om een nieuwe blog te starten, gewijd aan de rijke geschiedenis van de opera en zang. Voorzover mij bekend zijn er over historische opera en zang minder blogs dan over instrumentale muziek. Er zijn natuurlijk veel LP's en CD's verschenen die de geschiedenis van de opera en zang belichten - denk alleen aan de prachtige serie The record of singing van Michael Scott. Hoe dan ook: het geeft me een goed gevoel om ook dat deel van m'n verzameling eens te ontsluiten - we merken vanzelf of het gaat werken. Ik nodig u dus uit om een kijkje te nemen op m'n 4e blog:

78 toeren Opera en zang

woensdag 19 oktober 2011

Irene Scharrer, Sir H.J. Wood: Litolff (Columbia, 1933)

Irene Scharrer
Irene Scharrer kwamen we eerder tegen op mijn blog met een aantal akoestisch opgenomen 78t. opnamen uit de periode 1912-1922

Sir Henry J. Wood (1869-1944) is ook op mijn blog te vinden met enkele akoestische opnamen.

Irene Scharrer (1888-1971), Engels pianiste, leerlinge van Tobias Matthay. Ze maakte haar debuut op haar 16de (dus 1904), speelde onder dirigenten als Landon Ronald, Henry Wood, Arthur Nikisch, Hans Richter en maakte tournees door Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië en de V.S., maar na haar huwelijk in 1915 (met S. Gurney Lubbock) stelde ze haar gezin op de eerste plaats. Gedurende haar carrière trad ze regelmatig samen op met de beroemde Engelse pianiste Myra Hess (1890-1965), ook op haar laatste concert in juni 1958.
Ze maakte platen voor HMV vanaf 1909, en koos in 1929 voor Columbia. Halverwege de jaren '30 maakte ze haar laatste plaatopnamen. Een opname uit 1933 werd een groot succes: het Scherzo van Litolff van diens Concerto Symphonique No. 4 Op. 102, met Sir Henry Wood als dirigent. De opname verscheen op een 25cm 78t.plaat.

Henri Litolff
Henry Litolff (1818-1891) was een pianovirtuoos, componist en muziekuitgever. Zijn moeder was Schotse, zijn vader kwam uit de Elzas. Litolff kreeg aanvankelijk les van zijn vader, en van 1830-35 gratis les van de pianist Ignaz Moscheles, die erg van hem onder de indruk was. In 1835 vluchtte hij samen met de 16-jarige Elisabeth Etherington naar Gretna Green (in Schotland) om daar te trouwen. Het koppel ging naar Frankrijk (Melun, daarna Parijs). In 1839 verliet hij Elisabeth, ging achtereenvolgens naar Brussel, Warschau (1841), Duitsland (1844, gaf o.m. les aan Hans von Bülow), en Engeland (1845), om te scheiden van Elisabeth, maar hij werd gevangen genomen en moest een hoge boete betalen. Hij wist te ontsnappen en vluchtte naar Nederland. Doordat hij ingezetene werd van het hertogdom Braunschweig kon hij toch van Elisabeth scheiden. Hij raakte bevriend met de muziekuitgever Gottfried Meyer en trouwde na diens dood met zijn weduwe Julie. Het huwelijk duurde van 1851-58. Daarna verhuisde hij naar Parijs. 
Als componist schreef hij 2 opera's, 4 'concertos symphoniques' (symfonieën met obligate pianopartijen), 1 vioolconcert, 3 pianotrio's,  een vioolsonate en losse pianostukken. 

Henri Litolff: Concerto Symphonique no.4 op.102: deel 2: scherzo    5:41
Irene Scharrer, piano
London Symphony Orchestra o.l.v. Sir Henry J. Wood
78t 25 cm: Columbia DB 1267   CA 14108-2/14109-2
Opname 30-10-1933

Download mp3

zaterdag 15 oktober 2011

Paul Paray: Dukas - La Péri (Polydor,1949)

Léon Bakst (1922) schets voor kostuum Iskender
La Péri, oftewel de Bloem der onsterfelijkheid, is een ballet, geschreven in 1911-1912 door Paul Dukas. Het is gebaseerd op een Perzische legende, waarin Iskender aan de bewaakster, de Péri (soort fee) de Bloem der Onsterfelijkheid probeert te ontfutselen. Dat lukt, maar de Péri weet de bloem weer terug te krijgen en Iskender accepteert zijn sterfelijkheid. Het ballet is in 1911 geschreven, in 1912 werd er als intro een fanfare aan toegevoegd.

Paul Dukas (1865-1935), Frans componist. Hij studeerde aan het Conservatorium van Parijs bij Ernest Guiraud en Théodore Dubois. Hij was buitengewoon kritisch t.a.v. zijn eigen composities, waardoor er weinig bewaard is gebleven. Het bekendst is hij vanwege L'apprenti sorcier (1897). Dukas won een tweede prijs bij de Prix de Rome  in 1888 voor zijn cantate Velleda. Werd in 1909 benoemd tot leraar aan het Conservatorium van Parijs en in 1926 ook aan de École Normale de Musique als opvolger van Charles-Marie Widor. Hij was ook een zeer gerespecteerd muziekcriticus.


Paul Paray (1886-1979): Frans dirigent, componist en organist. Hij won in 1911 de Prix de Rome voor zijn cantate Yanitza. Enkele highlights uit zijn dirigentenloopbaan:
1920-1923: assistent-dirigent Orchestra Lamoureux
1923-1928: eerste dirigent Orchestra Lamoureux
1928-1933: muziekdirecteur Philharmonisch Orkest Monte Carlo
1932-1940 en 1945-1952: dirigent van Les Concerts Colonne (opvolger van Gabriel Pierné).
Tijdens de oorlog was hij actief in het Franse verzet.
1949-1952: gastdirigent bij Pittsburg Symphony Orchestra
1952-1963: muziekdirecteur van het Detroit Symphony Orchestra. Maakte veel opnamen met dit orkest voor het label Mercury.

Paul Paray
Paul Dukas: La Péri, poème dansé
Orchestre des Concerts Colonne o.l.v. Paul Paray
78t 30 cm: Polydor A 6.311-3   0.183-1;4-2;5-2;6-1;7-1;8-2 GCP
Opname 14-06-1949



Download mp3