vrijdag 21 oktober 2011

Max Tak: Suppé (Pathé X 8577)


Ik had deze 78t.plaat ook op m'n curiosa-blog kunnen zetten, maar omdat hij hier toch (populair-)klassiek materiaal speelt zet ik hem toch maar hier.  

Max Tak (1891-1967): Nederlands musicus, componist en journalist. Geboren in Amsterdam in een familie van Joodse diamantbewerkers. Had vioolles van William Klein, Sylvain Noach en Johan C. Herbschleb, eerste violist bij het Concertgebouworkest. In 1908 mocht Tak voorspelen bij Willem Mengelberg en werd aangenomen als leerling bij de tweede violen voor f25,- per maand. ook volgde hij nog vioolles op het conservatorium bij Alexander Schmuller en compositieles bij Cornelis Dopper. Tot eind 1916 bleef Tak verbonden aan het Concertgebouworkest, de laatste jaren bij de eerste violen. Ondertussen schnabbelde hij er enorm bij: hij speelde in de amusementssector en in horecagelegenheden en had een handeltje in violen en strijkstokken. Hij schreef liedjes voor JeanLouis Pisuisse: De fancy-fair en De gangen van het Concertgebouw (1914). vanaf 1915 speelde Tak in ontspanningscentrum 'Bellevue' met een eigen ensemble populair-klassieke zomerconcerten. In 1916 werd hij door de directeur van de bioscoop Cinema Palace in dienst genomen voor veel geld, om een bioscooporkest op te richten. Max Tak stelde wekelijks de muziek samen ter begeleiding van de zwijgende films. In 1921 kwam hij in dienst bij Abraham Tuschinsky en bleef tot de Duitse bezetting actief in het Tuschinsky Theater als muzieksamensteller, dirigent en publiciteitschef. Verder was hij Jazz-recensent bij De Telegraaf, presenteerde voor de AVRO platenprogramma's, zat in de AVRO programmaraad, schreef veel filmmuziek (o.a. voor Het meisje met den blauwen hoed, 1934; Ergens in Nederland, 1940). Wegens zijn Joods-zijn werd Tak in 1940 ontslagen bij Tuschinsky, dat inmiddels door de Duitsers was omgedoopt in Tivoli. Hij vluchtte naar Curaçao (1941) en daarna naar de New York (1943). Na de oorlog werd hij correspondent voor Elseviers Weekblad. Hij organiseerde o.m. een tournee van het Concertgebouworkest in Amerika en zorgde er mede voor dat Willy Alberti in 1959 een hit had in Amerika met het liedje Volare
Max Tak was van 1916-1925 gehuwd met de concertzangeres Ypkje Zeinstra, die de relatie beëindigde vanwege de vele buitenechtelijke relaties van haar man. Hij hertrouwde in Amerika met Helen Kinney.
Dit is een bijzondere plaat. Ik schat dat deze plaat uit de 2e helft jaren '20 komt - het is duidelijk een elektrische opname (dus met microfoon). Mogelijk horen we het Tuschinsky Orkest, hoewel de plaat misschien in Frankrijk is opgenomen met een Parijs orkest. Boeiend om een vroege opname van deze muzikale duizendpoot te kunnen horen.

Max Tak
Franz von Suppé:  "Ein Morgen, ein Mittag und ein Abend in Wien": 
Ouverture    7:07
Orkest o.l.v. Max Tak
78t 25 cm: Pathé X 8577   N 61472/3

Download

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen