maandag 29 november 2010

Arnold Földesy, cello (Odeon, HMV)


Arnold Földesy (1882-1940): Hongaars cellist, studeerde bij Hugo Becker en David Popper.
Hij was eerste cellist van de Berliner Philharmoniker voordat hij een solocarrière startte. Földesy nam tussen 1915-1919 op voor HMV, begin jaren ’20 voor Odeon en rond de jaren ’30 opnieuw voor HMV.
In deze post een opname van een Odeon opname uit begin jaren '20 en één rond 1930. De Kol Nidrei HMV 78t.plaat (aardig om te vergelijken met een eerdere post van de cellist Felix Salmond) is helaas van slechte kwaliteit met forse beschadigingen. Ik heb de opname wat forser bewerkt dan ik normaal doe, de ergste harde tikken heb ik handmatig verwijderd. Ondanks die matige kwaliteit is goed te horen hoe prachtig Földesy's cello klinkt.

Drie fragmenten waarin verteld wordt over Arnold Földesy, de eerste uit 1905:

American soprano Elizabeth Parkina headed a concert party, including the 22 year old Hungarian cellist Arnold Foldesy (and New Zealand flautist John Amadio, later the husband of Florence Austral), to Australia in 1905. "It was the strongest combination to visit Australia for a long time and a pleasant change from companies which consisted of one star and several mediocrities as padding, said the Sydney Mail. It was also pleasant for Australians to hear a concert company of artists on the threshold of their careers, instead of those who had decided to pay a long-delayed visit to this part of the world before they retired; [the common complaint about has-beens visiting for J.C. Williamson's]. Foldesy displayed brilliant virtuosity in his cello-playing." -- Source: Entertaining Australia : an illustrated history / Katharine Brisbane (ed.). Sydney : Currency Press, 1991 (p.144)

Uit de New York Times, 6 november 1907 een niet erg positieve recensie van zijn Amerikaans debuut:

Arnold Földesy, a violoncellist from Hungary, made his first American appearance last evening in Mendelssohn Hall before a large throng of his country men and women. He is a player of considerable technical fluency, but his tone is frequently rough and reedy in quality, and in rapid passage work tends towards scratchiness. He played a sonata by Benedetto Marcello, two movements from a concerto by Gottermann, an aria by Lotti, Popper’s Spinnlied, and a transcription of his own of Paganini’s violin fantasia on Rossini’s “Moses”.

Volgens de onvolprezen Damian is Földesy’s cello nu in het bezit van Daniel Müller-Scholl. We lezen in de autobiografie van de cellist Gregor Piatigorsky (1903-1976) o.a. hoe Gregor zelf in het bezit is gekomen van de cello van Földesy, en zich daar bezwaard over voelde. We krijgen ook een beeld van het karakter van deze bijzondere cellist.
Uit hoofdstuk 20 van CELLIST, the autobiography, van Gregor Piatigorsky (1903-1976):

I spent much time with my friends, fellow cellists. We met privately, played together, discussed music, and attended each other's concerts. Cassado, Eisenberg, Feuermann, Földesy, Garbousova, Mainardi, Marechal-all had qualities to generate my enthusiasm. Cassado and Mainardi composed prolifically for their instrument and dedicated some of their pieces to me.
At one time I saw a great deal of Arnold Földesy, the Hungarian cellist. Unreliable and exuberant, and not very scholarly, he had a peasant-like directness, and his mastery of his instrument attracted me. His very appearance, with his one glass eye and worn face, his princely largesse, and his cello, which rested on a pin about only half an inch from the floor, was as unusual as his artistry.
"Come in, don't be bashful," he shouted when I found him with his cello, practicing naked while his wife massaged his head. She brought in a basin of hot water for his foot bath, and he handed his cello to me. I loved his instrument. He said it was an early Stradivari, but then again, he said, it might be an Amati. He indicated a bad soundpost crack on the back and said it was the worst of cancers, but I still liked the sound and looks of the cello, and the "cancer" only made me feel the more tender toward it.
One night, after his appearance with the Philharmonic Orchestra, of which he had preceded me as first cellist, I attended a reception in his honor. He was the last to arrive. The moment he entered the exquisite parlor, the hostess and her guests watched him look around and walk directly toward me.
"What a conglomeration!" he boomed. "Let's leave these bores and go have beer and something to eat." He grabbed me by the hand and led me out.
"You shouldn't have done that."
"Oh hell, I didn't fit there anyway, and besides, my wife was not even invited. She would rather stay home and prepare paprika goulash. You never tasted anything like it."
He was right. It was a dream of a goulash. We ate and talked for many hours.
"Arnold thinks he is Kaiser Franz Josef, or something," Mrs. Földesy said the instant he left the room. "He bestowed a piano upon one stranger, gave my earrings to someone's bride, and his tail suit to a Hungarian headwaiter. He would give away-" She stopped as Arnold returned.
He often complained about his cello and couldn't understand why I liked it so much. One day he announced that he had finally found a satisfactory instrument and had decided to get rid of his. It was for sale at the violin dealer Emil Hermann, he said. I acquired it and concertized with it for years. Even after Földesy retired and went back to Budapest, the thought that he had maligned his instrument to make it easier for me to acquire haunted me for a long time.

1  Giovanni Battista Pergolesi - David Popper: Nina   4:26
2  Carl Davidoff: Springbrunnen op.20   4:02
    Arnold Földesy, cello, + pianobegeleiding
    78t 30 cm: Odeon Rxx 76 230   (XXB 6679/6682)

3  Max Bruch: Kol Nidrei   7:06
    Arnold Földesy, cello, Helmut Baerwald, piano
    78t 30 cm: HMV EH 15 (4-047850/1)   Cw 303-I, 304-I
    Opname 10-09-1926

Download flac
Download mp3

vrijdag 26 november 2010

Feike Asma, orgel: Bach, Mendelssohn (78t.)


Feike Asma (1912-1984), een van de beroemdste organisten van Nederland, heeft 78t.platen opgenomen voor Polydor, Decca, DGG en Philips. 
We horen de overbekende Toccata en fuga van Bach en het tweede van de 6 orgelsonates op.65 van Felix Mendelssohn, die zelf een bekwaam orgelspeler was en een groot bewonderaar van Bach.


1  Johann Sebastian Bach: Toccata en fuga in d BWV 565   9:00
    Feike Asma, orgel van de Oude Kerk, Amsterdam
    78t 30 cm: DGG 57400A HM 
    Mech. Copt.1941

    Felix Mendelssohn: Orgelsonate no.2 in c op.65   9:14
2  1  Grave:Adagio 
3  2  Allegro maestoso e vivace
4  3  Fuge: Allegro moderato 
    Feike Asma, orgel van de Oude Kerk, Amsterdam
    78t 30 cm: Philips N 11167 G (AA 11167.1/2 G)

Download mp3

donderdag 25 november 2010

Felix Salmond: Bruch - Kol Nidrei (Columbia, 1928)


Felix Salmond (1888-1952): Engels cellist en cello docent. Zijn ouders waren musici: zijn vader was zanger, zijn moeder pianiste, leerlinge van Clara Schumann. 
Salmond studeerde cello bij William Whitehouse (Londen) en daarna 2 jaar bij Édouard Jacobs (Brussel). 
Hij debuteerde in 1908 in een kwartet met zijn moeder als pianiste, de Engelse componist Frank Bridge op altviool en Maurice Sons op viool. 
Na een mislukte première in 1919 van Elgar's celloconcert door onvoldoende repetitietijd (omdat de dirigent Albert Coates repeteertijd afsnoepte van Elgar) zocht Salmond in 1922 zijn heil in Amerika, waar hij een gevierd cellist en een buitengewoon goede cellodocent werd (1924 aangesteld als docent in de Juilliard School, van 1925-1942 een aanstelling als hoofd van de cellofaculteit in het Curtis Institute of Music).  Bernard Greenhouse en Leonard Rose waren o.a. zijn leerlingen, ook Tibor de Machula (zie elders op deze blog) heeft les van Felix Salmond gehad. Het celloconcert van Elgar heeft hij nooit gespeeld of onderwezen buiten Engeland. 
Meer gegevens over Felix Salmond vind je hier.


Max Bruch: Kol Nidrei   8:06
Felix Salmond, cello; met pianobegeleiding
78t 30 cm: Columbia L 2271 (98550/1)
Opname 5/14 - 6 - 1928

woensdag 24 november 2010

André Mangeot, Lyell Barbour: Debussy vi.son. (NGS)


De National Gramophonic Society werd in 1923 opgericht door Compton MacKenzie als gevolg van een oproep in de Gramophone:  “Briefly, my ambition is to incorporate a number of enthusiasts for good music on the gramophone in a society which will aim at achieving for gramophone music what such societies as the Medici have done for the reproduction of paintings and for the printed book. If I receive 500 postcards I will take the next step, which will be to start the society and give it a name”. De Society nam in 8 jaar tijd 56 akoestische en 109 elektrische platen op van (met name) minder gangbare kamermuziek, waar door de conservatieve keuze van de gevestigde platenmaatschappijen weinig of geen aandacht aan gegeven werd. Bijna alle opnamen zijn ook fonografische premières. De NGS platen werden aanvankelijk door Columbia, Parlophone en  Vocalion geperst, maar vanaf nummer 109 alleen door Columbia. De kwaliteit van de platen is erg matig: veel ruis e.d. U moet ook geen Pristine-kwaliteit verwachten: overigens een plek waar u tegen betaling uitstekende transfers kunt verkrijgen van veel historische opnamen. Een deel van de NGS-platen zijn via Pristine te verkrijgen. Toen de grote platenmaatschappijen zelf met inschrijvingen werkten, zoals de Hugo Wolf, Haydn Quartet en Beethoven Piano Sonata Societies, was het snel gedaan met de NGS.


André Mangeot (1883-1970), Engels violist en impresario van Franse komaf. Hij studeerde op het Conservatorium van Parijs bij Marsick, maar ging na W.O.1 naar Engeland en naturaliseerde daar. Stichtte in 1919 de Westminster Music Society om buitengewone buitenlandse musici te introduceren en om eigentijdse muziek te promoten. Veel optredens van de W.M.S. werden verzorgd door het International String Quartet, dat afwisselend geleid werd door Mangeot en Boris Pecker. Samen met Peter Warlock bracht Mangeot veel 17e eeuwse strijkmuziek uit van onbekende Engelse componisten. In 1948 richtte hij het André Mangeot Quartet op, met Antonia Booth, Maxwell Ward en Joan Dickson. Hij gaf les in viool en kamermuziek, en coachte de Music Societies van de universiteiten van Oxford en Cambridge.

Claude Debussy: Sonate no.3 in g voor viool en piano (1917)
1  allegro vivo   3:48
2  intermède   4:01
3  finale   3:35
André Mangeot, viool; Lyell Barbour, piano
78t 30 cm: National Gramophonic Society 127-8 (AX 4600;2-3)

Claude Debussy: Livre I: Prélude 4: “Les sons et les parfums tournent dans l'air du soir”  3:28
Lyell Barbour, piano
78t 30 cm: National Gramophonic Society 128 (AX 4601)

maandag 22 november 2010

Yvette Grimaud, Fernand Oubradous: Mozart Pianokwintet KV 452 (Classic, 1948)



Van Fernand Oubradous (1903-1986) is elders op deze blog een prachtige L'histoire du soldat van Stravinsky te vinden. In deze opname uit 29 november 1948 leidt Oubradous een blaaskwartet, de Société des instruments à vent, + pianiste Yvette Grimaud, in het kwintet voor piano, hobo, klarinet, hoorn en fagot in Es KV 452 van Mozart. 
Als toegift horen we Yvette Grimaud piano solo met stukjes gecomponeerd door de 6 jaar jonge Mozart. Anders dan op het label staat gaat het om het allegro uit KV 3 en het menuet uit KV 5 (op het label staat: Allegro KV 8, maar dat is een vioolsonate; en menuet uit KV 3 moet dus KV 5 zijn - zie foto). Het begin van de plaatkant is zwaar beschadigd, maar ik heb de muziek toch toegevoegd - je moet wat storende geluiden voor lief nemen.


Wolfgang Amadeus Mozart: Pianokwintet in Es KV 452 (1784)
1  largo - allegro moderato   7:09
2  larghetto   6:38
3  allegretto   5:05
Yvette Grimaud, piano; Société des instruments à vent: Pierre Pierlot, hobo; Ulysse Delecluse klarinet; Jean Devemy hoorn; Maurice Allard, fagot
o.l.v. Fernand Oubradous
78t 30 cm: Classic CN 2017-9   (PARTX 6451-5)
Opname: 29-11-1948
Totale tijd: 18:52

Wolfgang Amadeus Mozart: 
4  allegro voor klavecimbel in Bes KV 3 (1762)
5  menuet voor klavecimbel in F KV 5 (1762)
Yvette Grimaud, piano
78t 30 cm: Classic CN 2017   (PARTX 6550)
Opname: 23-12-1948
Tijd: 4:14

Download mp3

woensdag 17 november 2010

Recorder music: Gerrit Vellekoop, Gerard Bergman - Decca XP 6127


Blokfluitmuziek werd in Nederland in de periode vóór Frans Brüggen nauwelijks opgenomen. Dit is het enige voorbeeld dat ik ken: we horen de altblokfluitspeler Gerard Bergman, de sopraan- en altblokfluitspeler Gerrit Vellekoop (1907-1984), vooral bekend van veel studieboekjes voor blokfuit, o.a. "Handleiding voor de sopraan/tenorblokfluit" delen 1-3.
Hans Philips studeerde kunstgeschiedenis en was succesvol als pianist en klavecimbelspeler. In 1929 kocht hij een huis in Utrecht (Oude Gracht 341), waarin ook o.a. de kunstschilder Pyke Koch (1901-1991) en de Antilliaanse schrijver Cola Debrot (1902-1981) woonden. Misschien wel de eerste opname van een Nederlandse clavecimbelspeler.
Als iemand meer informatie over de uitvoerenden weet hou ik me aanbevolen.
De componist die het laatste stuk speelt staat op het label als Burghardt. Ik neem aan dat het gaat om Hans-Georg Burghardt (1909-1993), geboren in Breslau (Silesië) en dat de plaat  eind jaren '40 opgenomen is.

1  Georg Friedrich Händel: Blokfluitsonate in g
    Gerard Bergman, altblokfluit; Hans Philips, klacecimbel
2  Jacob van Eyck: Onder de linde groene
    Gerrit Vellekoop, blokfluit
3  Jacques Hotteterre: 1ère Suite de pièces à deux dessus sans basse continue    
    in d minor op.4: Rondeau
    Gerrit Vellekoop, sopraanblokfluit; Gerard Bergman, altblokfluit
4  Hans-Georg Burghardt: Scherzando
    Gerrit Vellekoop, blokfluit; Hans Philips, klavecimbel
78t 30 cm: Decca XP 6127 (AM 1884/5)

Download mp3

zondag 14 november 2010

Irene Scharrer, piano (HMV, 1912-1922)


Irene Scharrer (1888-1971), Engels pianiste, leerlinge van Tobias Matthay. Ze maakte haar debuut op haar 16de (dus 1904), speelde onder dirigenten als Landon Ronald, Henry Wood, Arthur Nikisch, Hans Richter en maakte tournees door Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië en de V.S., maar na haar huwelijk in 1915 (met S. Gurney Lubbock) stelde ze haar gezin op de eerste plaats. Gedurende haar carrière trad ze regelmatig samen op met de beroemde Engelse pianiste Myra Hess (1890-1965), ook op haar laatste concert in juni 1958.
Ze maakte platen voor HMV vanaf 1909, en koos in 1929 voor Columbia. Halverwege de jaren '30 maakte ze haar laatste plaatopnamen. Één van haar laatste opnamen werd een groot succes: het Scherzo van Litolff van diens Concerto Symphonique No. 4 Op. 102., met Sir Henry Wood als dirigent. 
Nu aandacht voor enkele akoestische opnamen van Irene Scharrer uit de periode 1912-1922. Opvallend dat ze al in die tijd muziek speelde van Henry Purcell.



1  Franz Liszt: Hungarian Fantasia (ingekort)   7:43
    Irene Scharrer, piano
    New Symphony Orchestra o.l.v. Landon Ronald
    Opname 14-09-1912
    78t 30 cm: HMV 05536-7   (z6574/3f)

2  Frédéric Chopin: Etude op.25 no.9; Wals no.1 op.64   2:43
    Opname 03-10-1912
3  Frédéric Chopin: Pianosonate op.35: Funeral march   3:28
    Opname 11-12-1916
    78t 30 cm: HMV D 83   (05541 / 05622)

4  Frédéric Chopin: Etude op.25 no.6; Cyril Scott: Danse Nègre   3:28 
    Opname 20-09-1915
5  Frédéric Chopin: Nocturne op.48 no.1   4:27
    Opname 12-10-1916
    78t 30 cm: HMV D 84   (05571 / 05629)

6  Christian Sinding: Rustle of spring op.32 no.3   2:24
    Opname 11-04-1922
7  Henry Purcell: Toccata Prelude; Sarabande; Minuet   4:23
    (Sarabande: from suite harpsichord no.2; 
    Minuet: from suite harpsichord no.1 + no.8 )
    Opname 11-04-1922
    78t 30 cm: HMV D 622   (05692/3)

2 t/m 7: Irene Scharrer, piano

maandag 8 november 2010

Röntgen Kwartet 4: Dvorak SQ 12 op.96 (78t. Elite Special) 1946


Vrijdag 24 december 1948
Dezer dagen zijn in ons land nieuwe platen in de handel gebracht van een Zwitserse maatschappij; de Elite-special-platen. En wat ik er van hoorde, is van een voortreffelijke kwaliteit, vergelijkbaar met de allerbeste, reeds jarenlang bekende merken. Het repertoire, hier verkrijgbaar, bestaat uit kamermuziekopnamen.
Om te beginnen speelde het Röntgen-kwartet (een Nederlands ensemble) voor de Elite-plaat drie strijkkwartetten: van Mozart, het Jachtkwartet (plaatnummer 7035 tot 7037, dus 3 platen), Dvorák's Negerkwartet (7038-7040, 3 platen) en Schubert's Rosamundekwartet (7045-7048, 4 platen). Van acoustisch standpunt bezien uitnemende opnamen: vrijwel geruisloos en zonder zweven. De uitvoering voldeed mij in Dvorák het beste, voor Mozart en Schubert leek mij de klank van het Röntgenkwartet te verzadigd en het ensemblespel te grof ook.
Lex van Delden

Een niet onverdeeld gunstige recensie van Lex van Delden, waarbij de Dvorak van deze vierde post met opnamen van het Röntgen Kwartet er nog het best van af komt. Wel valt me op dat het vibrato dat de violisten hanteren vrij groot en langzaam is, maar dat was in die tijd niet ongebruikelijk. De Haydn opname noemt Lex overigens niet, terwijl die qua nummering als eerste opgenomen zou moeten zijn. Ook in deze platen zat helaas een slag, zodat een soort 'hartslag' - geluid in het begin van elke plaatkant onvermijdelijk is.
Met dank aan Genealogie die me attendeerde op de recensie van Lex van Delden.
Joachim Röntgen (1906-1989) was de eerste violist van het Röntgen-kwartet dat hij in 1940 oprichtte. De andere leden waren Piet Nijland (1916-2001), tweede viool; Wim de Zoete, altviool, en Cornelis Preuyt (1913-1975), cello. De opname is in 1946 gemaakt in Zwitserland.

Anton Dvorak: Strijkkwartet no.12 in F op.96
1  allegro ma non troppo   6:56
2  lento   7:01
3  molto vivace   3:45
4  finale: vivace ma non troppo   4:45
Röntgen Kwartet
78t 30 cm: Elite Special 7038-40   (3276-81)
Opname: juli 1946
Totale duur: 22:27

Download flac
Download mp3

vrijdag 5 november 2010

Licco Amar, Günther Ramin: Bach (Polydor, 1928)


Licco Amar (1891-1959), violist van Turks-Moravische afkomst, kwam eerder op dit blog uitgebreid aan bod bij het Amar Quartett, daar is een korte biografie van hem te lezen.
Dit is een Polydor 78t.plaat uit 1928 met Bach, gespeeld op viool en clavecimbel, in die tijd uitzonderlijk. De toon van Amar vind ik qua opname wat dunner dan op de Amar Quartett platen, mogelijk door het zoeken naar balans met het clavecimbel, dat ik wel mooi opgenomen vind. Eigenlijk wordt Bach vrij modern gespeeld, zonder glissandi e.d., zonder romantisch sausje eroverheen zoals in die tijd te doen gebruikelijk was.

Günther Ramin

Günther Ramin (1898-1956): Duits organist, koordirigent en componist, zoon van een dominee. Hij slaagde in 1917 voor z'n conservatorium (Leipzig). Van 1918-1940 was hij organist van de Thomaskirche in Leipzig, vanaf 1940 tot z'n dood cantor van deze kerk.  Hij had een internationale carrière als concert-organist, en wijdde zich in de jaren '30 steeds meer aan het dirigeren. Van 1922 tot 1935 dirigeerde hij het koor van de  Lehrergesangsverein van Leipzig. Van 1933 tot 1938 en dan opnieuw van 1945 tot 1951 leidde Ramin ook het koor van het Gewandhaus Leipzig. Tot z'n bekendste opnamen behoort een opname van de Matthäus Passion uit 1941 met o.a. Karl Erb, Tiana Lemnitz en Gerhard Hüsch.



Johann Sebastian Bach: uit Sonate in c BWV 1017: 
Siciliana   3:37
Adagio   4:08
Licco Amar, viool; Günther Ramin, clavecimbel
78t 30 cm: Polydor 19869 (B 69073/4)   87/8 bs
Opname 1928

Download mp3

woensdag 3 november 2010

Röntgen Kwartet 3: Schubert (78t. Elite Special) 1946


Een derde post met een opname van het Röntgen Kwartet. Dit keer het strijkkwartet no.13 in a op.29 "Rosamunde" van Schubert. Helaas zit er wederom een slag in de platen, dus ook na wat bewerkingen is een licht gebonk in het begin van de plaatkanten niet te vermijden. 
De bezetting is dezelfde: Joachim Röntgen (1906-1989) was de eerste violist van het Röntgen-kwartet dat hij in 1940 oprichtte. 
De andere leden waren Piet Nijland (1916-2001), tweede viool; Wim de Zoete, altviool, en Cornelis Preuyt (1913-1975), cello. 
De opname is in 1946 gemaakt in Zwitserland.

Franz Schubert: Strijkkwartet no.13 in a op.29, "Rosamunde" (1824)
1   allegro ma non troppo   9:06
2  andante   6:16
3  menuetto - trio - menuetto da capo   6:37
4  allegro moderato   6:45
Röntgen Kwartet
78t 30 cm: Elite Special 7045-8   (3408-15)
Opname: juli 1946
Totale duur: 28:44

Download flac
Download mp3

maandag 1 november 2010

Moyse Laskine Ginot - Debussy (Odeon 1928)


Marcel Moyse (1889-1984): Frans fluitist, grondlegger van de moderne Franse fluitschool. Hij studeerde aan het Conservatoire de Paris bij de fluitvirtuozen Philippe Gaubert, Adolphe Hennebains en Paul Taffanel. Een groot aantal stukken werd speciaal voor hem geschreven, zoals het fluitconcert van Jacques Ibert uit 1934 en het eerste deel van Joueurs de flûte van Albert Roussel. Daarnaast was hij een inspirerend docent:
1932 – 1940: Conservatorium Parijs
1946 – 1948: Conservatorium Genève
1960 – 1970: Masterclasses in Zwitserland, U.S.A., Engeland, Japan.

Marcel Moyse

Moyse schreef ook veel etudes en studiemethoden voor de fluit, waaronder toonaangevende boeken over toonvorming en interpretatie. Hij richtte in de Verenigde Staten de Marlboro Music School and Festival op. Hij trad vaak samen op met zijn zoon Louis Moyse (1912-2007).

Lily Laskine

Lily Laskine (1893-1988), beroemdste harpiste van de 20e eeuw. Dochter van Russische immigranten. Studeerde van haar 8e  tot haar 13e op het conservatorium in Parijs en nam daarna geen harplessen meer. Speelde van 1909-1926 in het Paris Opéra Orchestra. Ze nam zowel klassiek als populair repertoire op, is o.a. ook te horen op platen van Edith Piaf en Maurice Chevalier. Verder speelde ze veel filmmuziek. In 1979 won ze de Grand Prix du Film Musical voor haar werk voor de film La leçon de musique.
Ze vormde decennia lang een duo met fluitist Jean-Pierre Rampal. Lily Laskine was als docente harp verbonden aan het Conservatorium van Parijs van 1948-1958.

Claude Debussy: Sonate voor fluit, harp en altviool
1  prélude   6:25
2  interlude   5:33
3  final   4:18
Marcel Moyse, fluit
Lily Laskine, harp
Etienne Ginot, altviool
78t 25 cm: Odeon 165.243-5   (Kl 1527-32)
Opname: 03-02-1928
Totale duur: 16:16